Naar hoofdinhoud
1. Bij wangedrag kunnen burgemeester en wethouders maatregelen opleggen. Doel van de maatregelen is ouders en leerlingen te wijzen op hun verantwoordelijkheid om gedragsproblemen op te lossen. De ondernomen acties worden in het dossier van de betreffende leerling vastgelegd. 2. Wangedrag kan gedrag van zowel een leerling als een ouder betreffen. 3. Er is in ieder geval sprake van wangedrag als een leerling of ouder: a. een bedreigende, hinderlijke of gevaarlijke situatie veroorzaakt, of; b. (seksueel) grensoverschrijdend gedrag vertoont. 4. De gemeente hanteert bij wangedrag een stappenplan met maatregelen passend bij de ernst van de misdraging. Dit stappenplan kan de volgende maatregelen bevatten: a. een gesprek tussen ouders en de vervoerder en zo nodig de school of de gemeente, met als insteek het verbeteren van het wangedrag; b. een schriftelijke waarschuwing; c. ondersteuning vanuit door de gemeente gecontracteerde hulpverlening bij het verbeteren van het wangedrag; d. tijdelijke opschorting van het aangepaste vervoer; e. definitieve beëindiging van het aangepaste vervoer.

Rechtspraak bij dit artikel