Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6:

Artikel 6.1.

Voorwaarden pgb

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Duiven 2023

1.. Het uitgangspunt is dat jeugdigen en ouders een voorziening in natura krijgen. Als een cliënt in aanmerking komt voor een individuele voorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, dan kan dat alleen als een voorziening in natura niet passend is. 2.. Het college beoordeelt of de cliënt, eventueel met behulp van zijn pgb-beheerder, in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en het uitvoeren van de aan een pgb verbonden taken. De cliënt dient in ieder geval: Een goed overzicht van zijn situatie te hebben; Te weten welke regels horen bij een pgb; Een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden; Zelf de communicatie met de gemeente, de zorgverzekeraar of zorgkantoor, de Sociale verzekeringsbank (Svb) en zorgverleners te doen; Zelfstandig te handelen en zelf zorgverleners te kiezen; Zelf afspraken te maken en deze afspraken bij te houden en zich hieraan houden; Te beoordelen of een pgb bij hem past; Zelf de zorg te regelen met 1 of meerdere zorgverleners; Te fungeren als werkgever of opdrachtgever voor de zorgverlener. 3.. De kwaliteit van de met het pgb ingekochte professionele ondersteuning is naar het oordeel van het college veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgerichten voldoet minimaal aan de eisen die de gemeente stelt aan de gecontracteerde zorgaanbieders, zoals genoemd in artikel 4.1 van deze verordening. Bij de aanvraag van een pgb beoordeelt het college in ieder geval of de pgb-aanbieder voldoet aan de volgende criteria: De jeugdhulpaanbieder is zelf bekwaam en gekwalificeerd en/of beschikt over aantoonbaar bekwame en gekwalificeerde medewerkers voor het uitvoeren van de gevraagde dienstverlening, zet gekwalificeerde medewerkers in en dient dit op ieder moment aan de gemeente te kunnen aantonen; Bestuurders (conform uittreksel KvK) en alle jeugdhulpverleners (alle medewerkers, inclusief uitzendkrachten, zzp’ers, stagiaires en vrijwilligers), die direct contact hebben met cliënten zijn in het bezit van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) die bij indiensttreding niet ouder is dan 3 maanden en bij het inzetten op de jeugdhulp, niet ouder dan 3 jaar. Voor alle medewerkers met direct cliëntcontact geldt screeningsprofiel “Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier”; De aanbieder legt de afspraken met de cliënt concreet vast in een ondersteuningsplan. In het ondersteuningsplan wordt in ieder geval opgenomen: De kansen/mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften van de cliënt en welke hulp/ondersteuning wordt geboden. Welke doelafspraken cliënt en opdrachtnemer maken en hoe zij deze gaan bereiken. Binnen welk tijdsbestek deze doelen moeten worden behaald en hoeveel uur daarvoor nodig is. Binnen welk tijdsbestek er kan worden afgeschaald naar minder uren en/of een eenvoudigere ondersteuningsinzet. Hoe opdrachtnemer de nazorg vormgeeft en de eventuele overdracht naar andere zorgvormen. Wanneer geëvalueerd wordt (datum vastgelegd). De inzet van en afstemming met algemene voorzieningen (indien van toepassing). De naam van de eerstverantwoordelijke (medewerker van de opdrachtnemer) vermeld. De eerstverantwoordelijke of diens vervanger is goed bereikbaar. Wie de casusregisseur of coördinator is (in het geval van meervoudige, complexe problematiek dient een regisseur te zijn aangewezen. De inbreng van een multidisciplinair team (indien van toepassing). De afstemming tussen dagbesteding, werk en wonen (indien van toepassing). De afstemming op andere vormen van geboden hulp en zorg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel