Dit resultaat wordt toegekend op grond van de Jeugdwet. Het afwegingskader zoals vermeld in artikel 2.3 Jeugdwet en de verordening is van toepassing.
Het college hanteert daarnaast de volgende uitgangspunten:
Dit resultaat wordt alleen ingezet indien er geen andere ondersteuning mogelijk is. Wanneer er geen sprake is van een (ernstig vermoeden van) een cognitieve beperking, dan wordt er doorverwezen naar een andere voorziening dan het Kinderdagcentrum.
Kinderdagcentrum wordt bij aanvang ingezet tot het kind 5 jaar wordt. Indien op 5-jarige leeftijd de stap naar het (speciaal) onderwijs niet gemaakt kan worden kan de indicatie in overleg met de aanbieder worden verlengd tot het moment dat naar alle waarschijnlijkheid een Wlz indicatie aan de orde is.
Begeleiding op de groep en persoonlijke verzorging van de cliënt op locatie van de dagbesteding maakt onderdeel uit van dit resultaat.
De ondersteuning richt zich niet uitsluitend tot de jeugdige, maar ook andere leden van het systeem worden betrokken. Het gaat voornamelijk om de doorvertaling van de ondersteuning in de thuissituatie.
De ouders/verzorgers van de jeugdige moeten de voor- en naschoolse opvang zelf organiseren en financieren.
De ondersteuning is, indien noodzakelijk, inclusief vervoer voor de jeugdige. Hierbij doen aanbieders en toegangsmedewerkers een beroep op de eigen kracht van de ouders/verzorgers om het vervoer te organiseren.
Domein Gezond
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.14
Artikel 3.14.3
Afwegingskader
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2023