Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 4.3

Voorwaarden om voor een pgb in aanmerking te komen

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2023

Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6 van de Wmo 2015 en artikel 22 van de verordening hanteert het college het volgende beoordelingskader bij de beoordeling of een aanvrager in aanmerking komt voor een pgb: Ten aanzien van de bekwaamheid van de aanvrager onderzoekt het college of de cliënt aan de volgende eisen voor pgb-vaardigheid voldoet: De aanvrager is in staat de eigen situatie te overzien en kan zelf de benodigde hulp kiezen. De aanvrager is op de hoogte van de regels en verplichtingen die horen bij een pgb, of hij/zij weet waar die regels te vinden zijn. De aanvrager kan een overzichtelijke pgb-administratie bijhouden, waardoor hij/zij inzicht heeft in de bestedingen van het pgb. De aanvrager kan uit zichzelf en zelfverzekerd communiceren met de gemeente, zorgverzekeraar of zorgkantoor, de SVB en zorgverleners. De aanvrager is in staat zelfstandig te handelen en voor zorgverleners te kiezen. Daarnaast moet de aanvrager afspraken maken over de zorg die gegeven gaat worden, het aantal uren en het uurtarief. De aanvrager moet zelf afspraken kunnen maken en deze afspraken bijhouden en zich hieraan houden. De aanvrager kan beoordelen en beargumenteren of de zorg passend en kwalitatief goed is. Om de kwaliteit te toetsen kan de aanvrager gebruik maken van de meest recente versie van het Toetsingskader Wmo en Jeugdzorg, zoals gepubliceerd op de website nmdsamenwerking.nl. Als de zorg niet passend en/of kwalitatief goed is, moet hij/zij zelf kunnen ingrijpen. De aanvrager kan de inzet van zorgverleners coördineren, waardoor zorg ook bij verlof en ziekte door kan gaan. De aanvrager is in staat om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren. De aanvrager heeft voldoende juridische kennis over het werk- of opdrachtgeverschap, of weet deze kennis te vinden. Indien de cliënt niet in staat is om aan bovenstaande punten zelf te voldoen, kan hij/zij een pgb-vertegenwoordiger benoemen. De pgb-vertegenwoordiger dient aan de bekwaamheidseisen onder sub a van art. 4.3 lid 1 te voldoen en is niet de hulpverlener zelf en ook geen familie in de eerste of tweede graad van de hulpverlener. De volgende omstandigheden kunnen wat betreft de bekwaamheid een contra-indicatie voor een pgb zijn: De aanvrager is handelingsonbekwaam. De aanvrager heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende zicht op de eigen situatie. Er is sprake van verslavingsproblematiek en/of schuldenproblematiek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel