Het college weigert een woonvoorziening als:
de cliënt geen hoofdverblijf houdt in de woonruimte waarop een woonvoorziening betrekking heeft, tenzij deze voorziening het geschikt maken van een woning voor bezoek betreft;
de cliënt voor het eerst zelfstandig gaat wonen en de aanvraag een voorziening in verhuizing en/of herinrichting betreft;
de cliënt verhuisd is uit óf naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden;
de cliënt verhuisd is naar een Wlz-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg;
het een voorziening betreft die de cliënt vóór datum van melding of besluit heeft gerealiseerd of aangeschaft, tenzij het college daarvoor vooraf schriftelijk toestemming heeft verleend. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de aanschaf van de voorziening op eigen kracht leidt tot een schrijnende situatie of wanneer blijkt dat de eigen kracht niet toereikend was, kan het college alsnog overgaan tot het toekennen van een maatwerkvoorziening.
HOOFDSTUK 6 › Paragraaf 6.4
Artikel 6.4.9
Bijzondere weigeringsgronden voor een woonvoorziening
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2023