**1..** In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
aanbieder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren;
aanvraag: de aanvraag van of namens een inwoner voor een maatwerkvoorziening;
aanvrager: de inwoner van de gemeente Duiven die een aanvraag doet voor een voorziening op grond van de Wmo 2015;
algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen;
algemene voorziening; aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder of met een beperkt voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning;
beschikbaar: de zorgverlener dient binnen afzienbare tijd aanwezig te zijn;
bereikbaar: de zorgverlener dient telefonisch bereikbaar te zijn;
bijdrage: zoals bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet;
calamiteit: een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor een cliënt heeft geleid;
cliëntondersteuner: een persoon die de inwoner helpt bij het regelen van zorg en ondersteuning. De cliëntondersteuner is onafhankelijk en kan bijvoorbeeld bij het gesprek met de gemeente aanwezig zijn, helpen bij het invullen van formuleren of advies geven over het te volgen proces;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven;
elementaire woonfuncties: te weten activiteiten die de gemiddelde Nederlander in zijn woning in elk geval verricht. Het gaat daarbij om slapen, lichaamsreiniging, toiletgang en het bereiden en consumeren van voedsel. Voor kinderen komt daarbij het veilig kunnen spelen in de woonruimte;
fraude: handelen dat opzettelijk in strijd is met de regels, gericht op eigen of andermans (financieel) gewin, waaronder valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van rechthebbenden of verduistering plegen of trachten te plegen ten nadele van de gemeente, met het doel een betaling of ander voordeel te verkrijgen waarop men geen recht heeft of kan hebben;
financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld als bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening;
gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten;
gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
gespreks- en onderzoeksverslag: de weergave van de adviezen, verwijzingen en afspraken die in samenspraak met de cliënt en zijn mantelzorger zijn gemaakt naar aanleiding van zijn melding, alsmede de beoogde resultaten en de evaluatie daarvan;
herziening: herziening van een maatwerkvoorziening houdt in dat een maatwerkvoorziening wordt aangepast naar de nieuwe situatie;
hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de inwoner zijn of haar vaste woon- en verblijfplaats heeft en op welk adres de inwoner in de gemeentelijke basisregistratie personen staat ingeschreven of zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres;
hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
informele aanbieder: iemand uit het sociale netwerk van de cliënt die ondersteuning verleent door middel van een pgb;
ingezetene: inwoner van de gemeente Duiven volgens de Basisregistratie Personen (BRP);
intrekking: als een maatwerkvoorziening wordt ingetrokken dan wordt de maatwerkvoorziening met terugwerkende kracht stopgezet. Er was dan in het geheel geen recht op de voorziening;
maatschappelijke participatie: meedoen in de samenleving, waaronder bijvoorbeeld het volgen van een opleiding, (vrijwilligers)werk of informele zorg.
melding: bericht aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;
nadere regels: vast te stellen door het college met interne en externe zeggingskracht.
onderzoeksgesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
ondersteuningsplan: een weergave van de afspraken tussen cliënt en zorgaanbieder over de doelen van de ondersteuning en de wijze waarop getracht wordt deze te bereiken;
persoonsgebonden budget (pgb): als bedoeld in artikel 2.3.6 van de wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een cliënt, dat hem in staat stelt de ondersteuning die tot de maatwerkvoorziening behoort van derden te betrekken;
pgb-aanbieder: een derde die de cliënt heeft betrokken en waarbij hij ondersteuning inkoopt. Met de pgb-aanbieder wordt zowel de professionele aanbieder als de informele aanbieder bedoeld;
pgb-beheerder: een persoon die de belangen van de cliënt behartigt en de aan een pgb verbonden taken uitvoert, indien de cliënt ondersteuning heeft (of wenst te ontvangen) in de vorm van een pgb;
professionele aanbieder: een zorginstelling of een persoon die werkzaam is bij een zorginstelling of werkzaam is als zelfstandige zonder personeel. Deze zorginstelling of persoon staat ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren werkzaamheden ingeschreven in het Handelsregister. De professionele aanbieder beschikt over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. De professionele aanbieder is geen familielid van de cliënt;
Schriftelijk: op papier of digitaal (per e-mail);
Sociaal Loket: toegangsloket van de gemeente voor het Sociale Domein;
sociaal netwerk: een netwerk dat bestaat uit familieleden, vrienden, kennissen, collega’s en buren;
toezichthouder: een door het college aangewezen persoon of partij die krachtens de bevoegdheden uit hoofdstuk 6 van de Wmo 2015 toezicht uitoefent op naleving van de kwaliteits-,veiligheids,- en rechtmatigheidseisen van de dienstverlening onder de Wmo 2015;
voorliggende (wettelijke) voorziening: een voorziening die geboden wordt op grond van andere wet dan de Wmo 2015, bijvoorbeeld op grond van de Jeugdwet, Zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg, Participatiewet;
wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden;
zorg in natura (ZIN): de ondersteuning die aan personen wordt geleverd door aanbieders die door de gemeente gecontracteerd zijn in het kader van de Wmo 2015.
**2..** Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.