Wanneer binnen twee jaar na beëindiging van de bijstand die is verleend in de vorm van een geldlening in verband met vermogen gebonden in de woning opnieuw recht op bijstand bestaat, wordt deze verleend met toepassing van de laatste geldlening. De geldlening herleeft als het ware. Een reeds afgelost deel kan dan opnieuw als lening verstrekt worden.
Voor de toepassing van bovenstaande is het moment bepalend waarop de bijstand in de vorm van een geldlening (artikel 50 lid 2 Participatiewet) eindigt. Dit kan een moment zijn waarop er in het geheel geen recht meer bestaat op bijstand (bijvoorbeeld wegens werkaanvaarding of de ontvangst van vermogen), maar ook het moment waarop de bijstand in de vorm van de geldlening wordt omgezet in bijstand om niet, omdat het plafond van de geldlening bereikt is.
Duurt de onderbreking van de bijstand in de vorm van een geldlening langer dan twee jaar dan zal opnieuw de hoogte van de geldlening vastgesteld moeten worden. Daarbij moet de woning opnieuw worden getaxeerd en mag niet worden uitgegaan van de waarde van de woning in verband met een vorige periode van bijstandsverlening in de vorm van een geldlening.
Artikel 8.9
Herleving geldlening i.v.m. eigen woning na onderbreking bijstand
Onderdeel van beleidsregels Werk & Inkomen 2023