Naar hoofdinhoud

Artikel 9.2

Verstrekken voorschotten tijdens aanvraag

Onderdeel van beleidsregels Werk & Inkomen 2023

Op grond van Artikel 52 lid 1 Participatiewet wordt er binnen vier weken na de aanvraag om algemene bijstand een voorschot verstrekt. Dit geldt echter niet, indien belanghebbende de voor de vaststelling van het recht op algemene bijstand van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt of indien belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent (artikel 52 lid 1 onderdeel a Participatiewet). Deze verplichting geldt evenmin indien bij de aanvraag duidelijk is dat geen recht op algemene bijstand bestaat (artikel 52 lid 1 onderdeel b Participatiewet). De verplichting om een voorschot te verstrekken geldt pas vanaf het moment dat een aanvraag is ingediend. Personen jonger dan 27 jaar kunnen pas vier weken na de melding een aanvraag indienen (zie artikel 41 lid 4 Participatiewet). Over die eerste vier weken kan het college derhalve geen voorschot verstrekken, tenzij sprake is van een acute noodsituatie (zie “Toepassen artikel 16 Participatiewet”). Artikel 52 lid 3 Participatiewet geeft het college de discretionaire bevoegdheid om een voorschot te verlenen in het kader van een aanvraag om bijzondere bijstand. De bevoegdheid tot het verlenen van voorschotten tijdens de aanvraag om bijzondere bijstand is beperkt tot situaties waarin de individuele omstandigheden in een concreet geval voorschotverlening noodzakelijk maken. Of voorschotverlening tijdens de aanvraag om bijzondere bijstand aan de orde is, zal dus steeds individueel beoordeeld moeten worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel