**1.** De voorzitter bepaalt plaats, datum en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het bestuursorgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.
**2.** De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet.
**3.** Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan schriftelijk en gemotiveerd mededeling aan de belanghebbenden, het bestuursorgaan en de leden van de commissie.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 11
Hoorzitting
Onderdeel van Verordening commissie bezwaarschriften Castricum 2007