**1..** Degene die voornemens is de bodem te saneren dan wel handelingen te verrichten ten gevolge waarvan de verontreiniging van de bodem wordt verminderd of verplaatst, of degene die op grond van artikel 43 dan wel artikel 55ab van de Wet verplicht is tot het doen van onderzoek, doet, indien er een reële verdenking bestaat dat PFAS in de bodem kan worden aangetroffen, bodemonderzoek naar PFAS-verontreiniging. overeenkomstig NEN-normen voor genormeerde stoffen in combinatie met de Amsterdamse Richtlijn voor Verkennend onderzoek (ARVO). Bemonstering vindt plaats volgens de Handreiking PFAS bemonsteren (Expertisecentrum PFAS, VVMA en VKB, 25 juni 2020.
**2..** Indien sprake is van een reële verdenking op basis van vooronderzoek op verontreiniging van PFAS, vindt in ieder geval onderzoek plaats naar gehalten aan PFOS en PFOA.
**3..** Het onderzoek naar PFOS en PFOA wordt uitgebreid met andere stoffen uit de PFAS-groep, indien er concrete aanwijzingen zijn op basis van vooronderzoek, zoals bij geïdentificeerde bronlocaties, dat deze in verhoogde gehalten kunnen worden aangetroffen.