**1..** Op gemeten gehalten van PFAS in grond is voor toetsing aan de in dit artikel benoemde grenswaarden de bodemtypecorrectie volgens artikel 1, onder o, van toepassing. Als het organische stofgehalte boven de 30% is aangetoond, wordt het organische stofpercentage van 30% gebruikt bij de bodemtypecorrectie. De gemeten gehalten worden gerapporteerd met als rapportagegrenzen 0,1 µg/kg d.s. voor grond en 0,01 µg/l voor grondwater.
**2..** Het in dit artikel opgenomen beoordelingskader geldt als nadere invulling van de bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders die voortvloeien uit de artikelen 29, 37, 38, 39 en 88 van de Wet bodembescherming en in aanvulling op de Circulaire bodemsanering.
**3..** Indien de (gecorrigeerde) gehalten van PFOS respectievelijk PFOA in de grond lager zijn dan of gelijk aan 1,4 µg/kg d.s. respectievelijk 1,9 µg/kg d.s. en de gehalten in grondwater lager zijn dan of gelijk aan 0,01 µg/l, wordt de bodem als niet verontreinigd met PFOS of PFOA beschouwd.
**4..** Indien de (gecorrigeerde) gehalten van PFOS in de grond hoger zijn dan 1,4 µg/kg d.s. en lager dan of gelijk aan 59 µg/kg d.s. of de gehalten in het grondwater hoger zijn dan 0,01 µg/l en lager dan of gelijk aan 2,7 µg/l, of indien de (gecorrigeerde) gehalten van PFOA in de grond hoger zijn dan 1,9 µg/kg d.s. en lager dan of gelijk aan 60 µg/kg d.s. of de gehalten in het grondwater hoger zijn dan 0,01 µg/l en lager dan of gelijk aan 8,6 µg/l, wordt de bodem als verontreinigd met PFOS of PFOA beschouwd, maar is er geen bodemsanering noodzakelijk.
**5..** Indien de (gecorrigeerde) gehalten van PFOS in de grond hoger zijn dan 59 µg/kg d.s. in minimaal 25m3 of gehalten in grondwater hoger dan 2,7 µg/l in minimaal 100m3, of indien de (gecorrigeerde) gehalten van PFOA in de grond hoger zijn dan 60 µg/kg d.s. in minimaal 25m3 of de gehalten in grondwater hoger dan 8,6 µg/l in minimaal 100m3 wordt de bodem als geval van ernstige verontreiniging met PFOS of PFOA beschouwd waarbij aangenomen wordt dat de verontreiniging tevens leidt tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.
**6..** Als sprake is van een mengsel van PFAS in de bodem dient rekening te worden gehouden met mengseltoxiciteit. Voor zover in grond sprake is van twee of meer soorten PFAS, en het totaalgehalte PFAS hoger is dan 60 µg/kg in 25 m3, wordt een risicobeoordeling uitgevoerd om te bepalen of de verontreiniging tevens leidt tot zodanige risico's voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is.
**7..** Degene die voornemens is de bodem te saneren onderbouwt schriftelijk in een saneringsplan als bedoeld in artikel 39 van de Wet hoe de sanering van de historische bodemverontreiniging met PFAS wordt uitgevoerd en welke saneringsdoelstelling er behaald wordt. Indien de saneringsdoelstelling voor PFOS, PFOA of overige PFAS hoger is dan de gehalten als opgenomen in het vijfde en zesde lid, wordt dit gemotiveerd.
**8..** Stoffen behorend tot PFAS dienen individueel per stof beoordeeld te worden. Voor alle PFAS, met uitzondering van PFOA, gelden de gehalten en de handelwijze in deze beleidsregel zoals die voor PFOS gelden.
Hoofdstuk II › Paragraaf
Artikel 7
Beoordelingskader en sanering historische bodemverontreiniging met PFAS
Onderdeel van Beleidsregel PFAS gemeente Amsterdam 2023