Dit artikel heeft betrekking tot artikelen 1, 2, 4, 7, 9 en 11 van de Wmo-verordening 2021 van de gemeente Nuenen c.a..
Vervoer kan belangrijk zijn om cliënten te laten participeren in de samenleving. Wanneer een cliënt problemen heeft met vervoer wordt bekeken wat de beperkingen en vervoersbehoefte is. Er wordt bekeken in hoeverre hij zelf of hijzelf in vervoer kan voorzien, hulp van het netwerk heeft, gebruik kan maken van een algemene voorziening of dat een maatwerkvoorziening noodzakelijk is.
Om beperkingen en vervoersbehoefte inzichtelijk te maken onderscheiden we 3 soorten afstanden:
De korte afstanden; loop- en fietsafstand in de directe omgeving
De midden lange afstanden; dat zijn de afstanden die een persoon zonder beperkingen per fiets, brommer, auto of openbaar vervoer aflegt binnen de regio
De lange afstanden; naar bestemmingen buiten de regio. Deze vervoersdoelen vallen buiten de Wmo.
Bij een indicatie dagbesteding kan ook een indicatie voor vervoer worden afgegeven als het vervoer voor de mantelzorger zelf te belastend is. Als de afstand te groot is krijgt de client een eigen bijdrage. Personen die de eigen bijdrage niet kunnen betalen kunnen een beroep doen op de bijzondere bijstand.
5.5.1 Collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV)
Bij beperkingen op het gebied van vervoer ligt het primaat bij het CVV, daarom wordt geen Pgb verstrekt. Alleen wanneer het CVV aantoonbaar niet geschikt is voor de cliënt, kan een andere maatwerkvoorziening passend zijn.
Het CVV is een collectief vervoerssysteem met (rolstoel)busjes en taxi’s dat vervoer van deur tot deur biedt voor mensen met een beperking. De cliënt kan een loophulpmiddel, rolstoel of scootmobiel meenemen in het vervoer. Ook kan een medereiziger (tegen hetzelfde tarief) of een begeleider (gratis, als begeleiding tijdens de rit medisch gezien noodzakelijk is) meereizen. Voor begeleiding moet een indicatie worden gesteld. Wanneer de cliënt een indicatie voor begeleiding heeft mag deze niet meer zonder begeleiding reizen.
5.5.2 Financieel maatwerk vervoer
Financieel maatwerk vervoer wordt slechts dan ingezet indien alle andere vervoersvoorzieningen onderzocht zijn en geen adequate oplossing bieden voor de vervoersproblematiek. Voor het vaststellen van financieel maatwerk vervoer is het noodzakelijk dat de vervoersbehoefte in kaart wordt gebracht, waarbij ook rekening wordt gehouden met de inzet van het sociaal netwerk en boven gebruikelijke zorg. Financieel maatwerk vervoer betreft een tegemoetkoming in de gebruikskosten van de eigen auto.
5.5.3 Vervoersmiddelen voor mensen met een beperking
Er zijn steeds meer vervoersmiddelen voor mensen met een beperking. Hierdoor zijn deze voorzieningen toegankelijker geworden. Vaak worden deze voorzieningen als algemeen gebruikelijk beschouwd. Deze worden niet meer vergoed omdat de cliënt deze zelf kan aanschaffen. Voorbeelden zijn een fiets met lage instap, een elektrische fiets, of een tandem. We beschouwen deze als algemeen gebruikelijk, ook al zijn ze duurder dan een normale fiets.
De driewielfiets en een duo fiets voor mensen met een beperking die alleen bij gespecialiseerde bedrijven worden verkocht zijn niet algemeen gebruikelijk.
Een scootmobiel is bedoeld voor vervoer op de korte en middenlange afstanden. Omdat scootmobielen steeds vaker ook in de reguliere handel worden verkocht, beschouwt het college dit als algemeen gebruikelijke voorziening, tenzij specialistische aanpassingen noodzakelijk zijn.
5.5.4 Autoaanpassingen
Als een cliënt zonder autoaanpassingen geen gebruik kan maken van zijn auto en het collectief vervoer niet voldoet, kunnen autoaanpassingen worden vergoed. Hierbij wordt beoordeeld of het specifiek voor mensen met een beperking bedoelde voorzieningen betreft die meer kosten dan gebruikelijke autoaanpassingen (dus geen stuurbekrachtiging of cruise controle). Een voorwaarde is dat de auto nog in redelijke staat verkeert en niet ouder is dan vijf jaar.