Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g,
onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de
in artikel 5.1, onder b en c vermelde voorziening in aanmerking
komen indien:
aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek
het gebruik van een collectief
systeem als bedoeld in artikel 5.1, onder a, onmogelijk
maken;
een collectief systeem als bedoeld in artikel 5.1, onder
a, niet aanwezig is.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3
Het primaat van het collectief vervoer
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning (WMO) 2011