Een persoon kan voor een rolstoelvoorziening in
aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare
beperkingen in de persoon op grond van ziekte of gebrek
het dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning
noodzakelijk maken en hulpmiddelen die verstrekt worden
op grond van andere wettelijke regelingen een
onvoldoende oplossing bieden.
In afwijking van het eerste lid kan een persoon met
beperkingen in aanmerking voor een sportrolstoel worden
gebracht indien hij zonder sportrolstoel niet in staat
is tot sportbeoefening.
Een aanvraag voor een rolstoel wordt afgewezen, indien
de noodzaak van een rolstoel het gevolg is van een
verhuizing naar een woning waarvoor op grond van artikel
4.6 aanhef en onder b geen recht op
verhuiskostenvergoeding bestaat.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.2
Het recht op een rolstoel
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning (WMO) 2011