Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2023-2 gemeente Leeuwarden

Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb): 1.. aanvraag: het verzoek van de bewoner aan de gemeente om een beslissing te nemen op de vraag om een individuele maatwerkvoorziening te verstrekken. 2.. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking én algemeen verkrijgbaar is én niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen. 3.. algemene voorziening: het aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoefte, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruiker, toegankelijk is. 4.. andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 5.. Awb: Algemene wet bestuursrecht 6.. beperking: een stoornis of conditie – cognitief, fysiek, psychisch en/of sociaal-emotioneel – die het dagelijks functioneren belemmert. 7.. beschikking: schriftelijke beslissing op een aanvraag voor een individuele maatwerkvoorziening, die de gemeente aan de bewoner stuurt. 8.. besluit: een besluit dat door of namens het college op een aanvraag voor ondersteuning genomen wordt en vastgelegd wordt in een beschikking aan de bewoner. 9.. bewoner: persoon die in de gemeente Leeuwarden zijn hoofdverblijf heeft. 10.. bijdrage: bedrag dat de bewoner voor een voorziening betaalt. 11.. bovengebruikelijke hulp: ondersteuning geboden door partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten, die de gebruikelijke hulp in aard, omvang en/of intensiteit overstijgt. 12.. budgetbeheerder: de persoon die namens de budgethouder het persoonsgebonden budget beheert en die alle aan het persoonsgebonden budget verbonden taken uitvoert (zie artikel 12, lid 1c). De budgetbeheerder kan tevens de budgethouder zijn. 13.. budgethouder: de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is toegekend en voor wie de ondersteuning is geïndiceerd. 14.. budgetplan: het plan dat de bewoner bij de aanvraag voor een persoonsgebonden budget indient, waarin de keuze voor een persoonsgebonden budget (in plaats van zorg in natura) gemotiveerd wordt en waarin aangegeven wordt aan welke vorm van ondersteuning het budget besteed gaat worden, door wie de ondersteuning geleverd gaat worden en welke activiteiten uit het budget betaald gaan worden. 15.. cliëntondersteuner: een onafhankelijk persoon die de bewoner informeert, adviseert en/of begeleidt bij vragen, problemen, klachten of bezwaren in verband met de, al of (nog) niet verstrekte, ondersteuning vanuit de Wmo. Een cliëntondersteuner wordt ook wel een vertrouwenspersoon genoemd. 16.. college: burgemeester en wethouders van de (centrum) gemeente Leeuwarden, die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het gevoerde beleid. Het college kan deze bevoegdheid mandateren op grond van de algemene regels van de Awb. Verstrekte mandaten worden vastgelegd in het mandaatoverzicht. 17.. duurzame huishouding: huisgenoten die samen bijdragen in de kosten van de huishouding dan wel op een andere wijze zorg dragen voor elkaar. 18.. eigen kracht: de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen (capaciteit), tijd en middelen van de bewoner en/of de leefeenheid van de bewoner (gebruikelijke hulp en bovengebruikelijke hulp) om zelf of met personen uit het sociaal netwerk van de bewoner (mantelzorg) de beperking in zelfredzaamheid en participatie of problemen met het zich handhaven in de samenleving op te lossen. 19.. formele ondersteuning: ondersteuning die wordt geboden door een professional, niet zijnde een persoon uit het sociaal netwerk van de bewoner. 20.. gebiedsteam: een lokaal team (vanuit een gemeente) met professionals, die de bewoner kan ondersteunen bij vragen op het gebied van werk, financiën, opvoeding, wonen, vrije tijd en sport, wet- en regelgeving, vrienden en relaties, zorg, ondersteuning en hulpmiddelen. Dit wordt ook wel (sociaal)wijkteam of dorpenteam, met sociaal werkers en/of meitinkers, genoemd. Zij verzorgen tevens de Toegang voor voorzieningen vanuit de Wmo. 21.. gebruikelijke hulp: ondersteuning die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid geacht worden elkaar onderling te bieden. 22.. gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek naar de melding van de behoefte aan ondersteuning van de bewoner. 23.. hoofdverblijf: adres waar de bewoner volgens de Basis Registratie Personen (BPR) als ingezetene geregistreerd staat danwel de plaats waar de bewoner overwegend feitelijk verblijft. 24.. individuele maatwerkvoorziening: op de bewoner toegesneden maatschappelijke ondersteuning, die op basis van zorgvuldig onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de bewoner toegankelijk is. In de Wmo wordt dit een maatwerkvoorziening genoemd. 25.. informele ondersteuning: ondersteuning die geboden wordt door een persoon die geen formele ondersteuning biedt, zoals een persoon uit het sociale netwerk van de bewoner of een beroepskracht die niet voldoet aan de gestelde (kwaliteits)eisen. 26.. jeugdige: een persoon jonger dan 18 jaar. 27.. leefeenheid: alle bewoners die hun hoofdverblijf op één adres hebben (huisgenoten) én samen een duurzame huishouding voeren. 28.. maatschappelijke ondersteuning: ondersteuning aan een bewoner waar sprake is van een beperking in zelfredzaamheid en participatie of problemen bij het zich handhaven in de samenleving. 29.. mantelzorg: ondersteuning die vrijwillig en onbetaald wordt geboden door een persoon uit het sociaal netwerk van de bewoner. 30.. melding: het bericht waarin aangegeven wordt dat de bewoner behoefte aan ondersteuning heeft. 31.. ondersteuningsplan: het plan dat naar aanleiding van het onderzoek naar de melding van behoefte aan ondersteuning van de bewoner gemaakt wordt. Dit wordt ook wel een plan van aanpak of hulpverleningsplan genoemd. 32.. onderzoek: het verhelderen van de behoefte van de bewoner aan ondersteuning en in kaart brengen wat de mogelijke oplossingen zijn. 33.. ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt. 34.. participatie: deelname aan het maatschappelijk verkeer, waarbij de bewoner mensen kan ontmoeten, contacten kan onderhouden, boodschappen kan doen en aan maatschappelijke activiteiten kan deelnemen (en zich hiertoe kan verplaatsen). 35.. persoonlijk plan: een door de bewoner opgesteld plan met een omschrijving van de situatie en de mogelijkheden en onmogelijkheden die de bewoner heeft bij het oplossen van zijn beperking in zelfredzaamheid of participatie of problemen bij het zich handhaven in de samenleving. 36.. persoonsgebonden budget (PGB): een geldbedrag waarmee de bewoner zelf ondersteuning kan inkopen. 37.. professional: beroepskracht met (middels diploma of ervaringscertificaat) aantoonbare specifieke kennis en vaardigheden ten aanzien van de beperking of problematiek van de bewoner en/of de benodigde ondersteuning én die (aantoonbaar) voldoet aan de in de branche geldende (kwaliteits)eisen én een gericht op de voorziening passende registratie heeft bij de KvK of in het beroepsregister of in loondienst is bij een formele zorgaanbieder. 38.. regio: een gebied waarbinnen gemeenten gezamenlijk zorgdragen voor de ondersteuning vanuit de Wmo 39.. sociaal netwerk: alle personen uit de omgeving van de bewoner die van betekenis (kunnen) zijn, zoals een partner, ouders, kinderen, familieleden, vrienden, kennissen en buren. 40.. trekkingsrecht: vorm waarin het PGB beschikbaar wordt gesteld. PGB-houders krijgen de budgetten niet op hun eigen bankrekening gestort. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) beheert de budgetten. 41.. uitraaskamer: een verblijfsruimte waarin een persoon die ten gevolge van een beperking in de vorm van een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont, zich kan afzonderen of tot rust kan komen. 42.. verordening: de verordening Wmo van de gemeente Leeuwarden. 43.. verstrekkingsvorm: vorm waarin de ondersteuning wordt bekostigd, dat wil zeggen in de vorm van zorg in natura of een persoonsgebonden budget. 44.. vertegenwoordiger: persoon of rechtspersoon die de bewoner, die niet in staat kan worden geacht tot redelijke waardering van zijn belangen ter zake, vertegenwoordigt (conform Wmo Artikel 1.1.1). 45.. voorziening: aanbod van diensten, activiteiten of hulpmiddelen. 46.. vrijwilliger: een persoon buiten het sociaal netwerk van de bewoner, die vrijwillig en onbetaald ondersteuning biedt. Dit kan zowel op eigen initiatief als vanuit een organisatie, zoals een vrijwilligersorganisatie, een buurtvereniging of een kerk. 47.. vrijwilligerswerk: onbetaalde inzet voor anderen, een groep of de samenleving in de vorm van het bieden van ondersteuning of het uitvoeren van activiteiten. 48.. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning. 49.. zelfredzaamheid: het in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (ADL) en het voeren van een gestructureerd huishouden. De noodzakelijke ADL in het kader van zelfredzaamheid betreffen: in en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, eten/drinken, medicijnen innemen, ontspanning en sociaal contact. 50.. zorgaanbieder: een organisatie of persoon die ondersteuning biedt aan de bewoner. 51.. zorg in natura (ZIN): een verstrekking van een voorziening via een door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel