Om te bepalen of ondersteuning in de vorm van een individuele maatwerkvoorziening voor de bewoner toegankelijk en passend is, worden de onderstaande aspecten in de weergegeven volgorde getoetst en/of gewogen:
**1..** verantwoordelijke gemeente: Om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is voor het bieden van de ondersteuning wordt nagegaan waar de bewoner zijn hoofdverblijf heeft. Een individuele maatwerkvoorziening wordt alleen verstrekt aan de bewoner die zijn hoofdverblijf in de gemeente Leeuwarden heeft.
**2..** aard van de beperking of problematiek: de bewoner heeft:
een fysieke beperking die (medisch) geobjectiveerd is vastgesteld en heeft als gevolg daarvan verlies van zelfredzaamheid en participatiemogelijkheden of
problemen bij het zich handhaven in de samenleving vanwege psychische of psychosociale problemen of
al dan niet gedwongen de thuissituatie verlaten.
Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid van de bewoner kan gebruik worden gemaakt van de Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) of een ander relevant instrument en indien van toepassing het ouderschapssupplement van de ZRM.
De ZRM is een instrument om verschillende dimensies van zelfredzaamheid overzichtelijk in beeld te brengen. De ZRM heeft elf domeinen waarop de mate van zelfredzaamheid wordt beoordeeld. De domeinen van de ZRM zijn: Financiën, Dagbesteding, Huisvesting, Huiselijke relaties, Geestelijke gezondheid, Lichamelijke gezondheid, Verslaving, Activiteiten Dagelijks Leven, Sociaal netwerk, Maatschappelijke participatie en Justitie. Het ouderschaps-supplement omvat de domeinen: lichamelijke verzorging, sociaal-emotionele ondersteuning, scholing en opvang.
**3..** aanvaardbaar niveau van het gewenste resultaat (goed genoeg): om het aanvaardbare niveau van zelfredzaamheid en participatie of het zich handhaven in de samenleving van de bewoner te bepalen, wordt het volgende gewogen:
Welk niveau past bij de huidige situatie en mogelijkheden van de bewoner.
Welk niveau staat in redelijke verhouding met de situatie van de bewoner voordat er sprake was van een beperking of problematiek.
Welk niveau staat in redelijke verhouding tot dat van personen in vergelijkbare omstandigheden en dezelfde leeftijdscategorie die geen beperkingen of problematiek hebben.
Welk niveau is minimaal noodzakelijk in het licht van zelfredzaamheid en participatie of het zich handhaven in de samenleving.
Binnen welke aanvaardbare termijn het gewenste resultaat behaalt dient te zijn.
**4..** eigen kracht: de mate waarin de bewoner en/of de leefeenheid van de bewoner zelf of samen met het sociaal netwerk van de bewoner op eigen kracht het aanvaardbare niveau van zelfredzaamheid en participatie of het zich handhaven in de samenleving kan bereiken of behouden.
**5..** gebruikelijke hulp: de mate waarin de bewoner met behulp van gebruikelijke hulp het aanvaardbare niveau van zelfredzaamheid en participatie of het zich handhaven in de samenleving kan bereiken of behouden. Bij gebruikelijke hulp worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Personen binnen de leefeenheid van een bewoner zijn altijd zelf primair verantwoordelijk voor het functioneren van het huishouden, de zelfredzaamheid en de participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving van de leden van die leefeenheid.
Gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter. Het hoeft niet te betekenen dat de leefeenheid deze hulp zelf uitvoert. De gebruikelijke hulp kan door de bewoner ook aan derden uitbesteed worden of met eigen financiële middelen ingekocht worden.
Voor gebruikelijke hulp wordt geen (aanvullende) ondersteuning geboden vanuit de Wmo.
Bij uitval van een persoon wordt door andere personen binnen de leefeenheid, al dan niet naast fulltime (vrijwilligers)werk of opleiding, zorggedragen voor een herverdeling en overname van de (huishoudelijke) taken, zorg- en begeleidingsactiviteiten.
De bijdrage die van kinderen wordt gevraagd is afhankelijk van de leeftijd.
Bij de beoordeling of en in welke mate er sprake is van gebruikelijke hulp worden in ieder geval de volgende aspecten gewogen:
De aard van de benodigde ondersteuning.
De mate van planbaarheid en uitstelbaarheid van de benodigde ondersteuning.
De frequentie en omvang van de benodigde ondersteuning.
De duur van de benodigde ondersteuning. Is er sprake van een kortdurende situatie met uitzicht op herstel of een langdurende (chronische) situatie waarin extra ondersteuning nodig is.
Gebruikelijke hulp is niet of in mindere mate van toepassing als uit objectief onderzoek blijkt dat personen binnen de leefeenheid niet in staat zijn om (een aantal) taken over te nemen vanwege :
(langdurige) fysieke afwezigheid
een beperking of een beperkte leerbaarheid.
(dreigende) overbelasting, waarbij het evenwicht tussen draagkracht en draaglast onder spanning staat.
**6..** bovengebruikelijke hulp: de mate waarin door de leefeenheid bovengebruikelijke hulp geboden kan worden. Indien de leefeenheid in staat is om de ondersteuning te bieden, hiervoor beschikbaar is en dit niet leidt tot overbelasting of financiële problemen, is geen aanvullende ondersteuning vanuit de Wmo noodzakelijk.
**7..** mantelzorg: de mate waarin personen uit het sociaal netwerk van de bewoner bereid en in staat zijn om mantelzorg te bieden en de mate waarin de mantelzorgers hierbij ondersteuning nodig hebben om (dreigende) overbelasting tegen te gaan. Dit wordt bepaald door de totale belasting (gebruikelijke hulp, mantelzorg, werk en persoonlijke omstandigheden) van de mantelzorgers.
Mantelzorg is een vorm van ondersteuning die niet afdwingbaar is door de overheid. Er mag niet een bijdrage van mantelzorgers worden verlangd die ten koste gaat van (het zoeken naar) werk, inkomen of welzijn.
**8..** vrijwilligers(werk): de mate waarin de bewoner met de ondersteuning van vrijwilligers of het zelf verrichten van vrijwilligerswerk het aanvaardbare niveau van zelfredzaamheid en participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving kan bereiken of behouden.
**9..** andere voorzieningen: de mogelijkheden voor de bewoner om gebruik te maken van algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen en/of voorzieningen vanuit andere wetgeving zoals kinderopvang, ziektekostenverzekering, de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg, de Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen en arbeidsvoorzieningen voor aangepast werk of dagbesteding vanuit de Zorgverzekeringswet, WIA, Wajong of Participatiewet.
**10..** algemeen gebruikelijke voorzieningen: de mate waarin het voor de bewoner als persoon een algemeen gebruikelijke voorziening betreft. Een algemeen gebruikelijke voorziening wordt in principe door de bewoner zelf bekostigd.
Bij het bepalen of een noodzakelijke voorziening -voor de bewoner als persoon- een algemeen gebruikelijke voorziening betreft, worden de volgende aspecten gewogen:
Is de voorziening niet specifiek bedoeld voor personen met een beperking.
Is de voorziening voor de bewoner daadwerkelijk beschikbaar.
Levert de voorziening een passende bijdrage aan het gewenste resultaat.
Kan de voorziening financieel gedragen worden met een inkomen op minimumniveau.
**11..** eerdere verstrekking individuele maatwerkvoorziening: de mate waarin de aspecten uit lid 2 tot en met lid 10 gewijzigd zijn ten opzichte van de eerder verstrekte individuele maatwerkvoorziening.
**12..** deskundig oordeel en advies: Er kan een specifiek deskundig oordeel of advies ingewonnen worden om te kunnen vaststellen:
Wat de aard en oorzaak van de beperking of problematiek is.
Wat de (on)mogelijkheden van de bewoner/leefeenheid zijn in relatie tot de aard van de beperking of problematiek.
Wat de noodzakelijke en/of passende ondersteuning is in relatie tot de aard van de beperking of problematiek.
**13..** vorm van ondersteuning: Om te bepalen welke vorm van ondersteuning voor de bewoner toegankelijk en passend is, worden, naast de toetsing/weging van lid 1 t/m 12 in dit artikel en het toetsings- en afwegingskader van de specifieke individuele maatwerkvoorziening (artikel 13 t/m artikel 23), de volgende uitgangspunten gehanteerd:
Ondersteuning vanuit het eigen sociaal netwerk of met inzet van vrijwilligers waar mogelijk, professionele ondersteuning alleen indien noodzakelijk.
Ondersteuning in de vorm van hulpmiddelen om zelf het huishouden te kunnen blijven voeren waar mogelijk, ondersteuning waarbij het huishouden (deels) overgenomen wordt alleen indien noodzakelijk.
Een lichte vorm van ondersteuning waar mogelijk, een zwaardere vorm van ondersteuning alleen indien noodzakelijk.
Kortdurende ondersteuning waar mogelijk, langdurig ondersteuning alleen indien noodzakelijk.
Ondersteuning ten behoeve van het zelfstandig (kunnen blijven) wonen waar mogelijk, ondersteuning in de vorm van Intramuraal beschermd wonen of Opvang alleen indien noodzakelijk.
Ondersteuning dichtbij het eigen sociaal netwerk waar mogelijk, ondersteuning op afstand van het sociaal netwerk alleen indien noodzakelijk.
Ondersteuning middels een groepsaanbod waar mogelijk, individuele ondersteuning alleen indien noodzakelijk.
**14..** goedkoopst adequate voorziening: de mate waarin de voorziening voor de bewoner duurzaam bijdraagt aan het behalen van het resultaat. Er dient geen sprake te zijn van een anti-revaliderende werking ofwel er is geen sprake van het versterken of creëren van beperkingen als gevolg van de verstrekking van voorziening.
Zijn meer mogelijkheden adequaat, dan wordt gekozen voor de, naar objectieve maatstaven, goedkoopste voorziening (vanuit de Wmo of andere wetten binnen het Sociaal Domein). Hierbij wordt ook rekening gehouden met de gebruiksduur en intensiteit van het gebruik. Voorzieningen die (op termijn) kostenverhogend werken, zonder dat zij de voorziening passender maken, komen niet voor toekenning in aanmerking.
**15..** individuele maatwerkvoorziening: Om te bepalen of een bewoner in aanmerking komt voor een individuele maatwerkvoorziening worden lid 1 t/m 13 van dit artikel en het specifieke afwegingskader van de betreffende individuele maatwerkvoorzieningen (artikel 13 t/m 23) gehanteerd.
Een individuele maatwerkvoorziening (ZIN of PGB) is pas aan de orde als na onderzoek blijkt dat de bewoner niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met bovengebruikelijke hulp, met mantelzorg, met andere voorzieningen, vrijwilligers en/of algemene voorzieningen voldoende in staat is om het aanvaarbare niveau van zelfredzaamheid en participatie of het zich handhaven in de samenleving te bereiken of te behouden. Indien een bewoner in aanmerking komt voor een individuele maatwerkvoorziening wordt, mede op basis van het gestelde in artikel 11 Verstrekkingsvorm en Artikel 12. Persoonsgebonden budget, een keuze gemaakt voor ZIN of PGB.
**16..** Op Maat: Indien de bewoner specifiek op zijn situatie aangepaste ondersteuning nodig heeft, kan Op Maat als voorziening worden ingezet. Belangrijk hierbij is of de bestaande regels of procedures een onbedoeld of ongewenst effect hebben (hardheidsclausule). Op Maat wordt gemotiveerd (legitimatie) ingezet met behulp van een maatwerkplan. Dit kan als een doorbraak nodig is die bijdraagt aan het gewenste resultaat (perspectief). Dit kan als reguliere routes en voorzieningen geen of onvoldoende een passende oplossing zijn of wanneer er meer snelheid nodig is om het gewenste resultaat te bereiken. Op Maat bestaat in de volgende (combinatie van) vormen:
ondersteuning mogelijk maken binnen bestaande regels of kaders
het anders of innovatief organiseren van ondersteuning
een vergoeding vanuit het Op Maat-budget
ondersteuning mogelijk maken buiten bestaande regels of kaders (mandaat)
Artikel 10.
Algemeen toetsings- en afwegingskader
Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2023-2 gemeente Leeuwarden