Om te bepalen of Persoonlijke verzorging voor de bewoner toegankelijk en passend is, worden, naast het Algemene toetsings- en afwegingskader, de volgende aspecten getoetst en/of gewogen:
**1..** aard van de beperking: er is sprake van een verstandelijke, zintuigelijke of psychiatrische beperking (niet medische oorzaak), waardoor de bewoner niet in staat is zichzelf te verzorgen. De behoefte aan ondersteuning bij de persoonlijke verzorging hangt samen met de behoefte aan begeleiding hierbij.
**2..** de taken waarbij de bewoner ondersteuning nodig heeft: Taken die onder persoonlijke verzorging vallen, zijn ondersteuning bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), waaronder in en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne (wassen/douchen), toiletbezoek, eten en drinken, medicijnen innemen.
**3..** gebruikelijke hulp: Bij het bepalen wat gebruikelijke hulp is in de situatie van de bewoner, worden de uitgangspunten in het algemeen toetsings- en afwegingskader (artikel 10, lid 5) en de mogelijke bijdrage van kinderen gewogen.
In kortdurende situaties vallen alle taken onder gebruikelijke hulp van partners. In langdurende situaties betreft gebruikelijke hulp alleen taken op het gebied van medicatie.
Voor kortdurende situaties vallen alleen niet-lijfgebonden taken, zoals eten en drinken en medicatie, onder gebruikelijke hulp voor volwassen huisgenoten. Voor kinderen tot 18 jaar wordt geen bijdrage in de persoonlijke verzorging van huisgenoten gevraagd.
**4..** andere voorzieningen: de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. Indien de persoonlijke verzorging verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop valt de persoonlijke verzorging onder de Zorgverzekeringswet. Dit betreft de behoefte aan persoonlijke verzorging op basis van de grondslagen psychogeriatrisch, lichamelijke beperking of somatische aandoening. Deze mensen kunnen gebruik maken van de wijkverpleging op grond van de ZvW.
**5..** vorm van ondersteuning:
Basisondersteuning: Algemene ondersteuning die bijdraagt aan zelfredzaamheid en participatie.
Aanvullende ondersteuning: Specialistische ondersteuning die bijdraagt aan zelfredzaamheid en participatie.
TOELICHTING
Om te bepalen of ondersteuning vanuit de basisondersteuning of aanvullende ondersteuning het meest passend is, worden de onderstaande inhoudelijke criteria gebruikt voor het in kaart brengen van de ondersteuningsbehoefte. Deze aspecten worden in onderlinge samenhang gewogen.
Basisondersteuning
Algemene ondersteuning
Aanvullende ondersteuning
Specialistische ondersteuning
Mate van inzicht in beperking
Bewoner heeft een redelijk tot beperkt inzicht in zijn/haar beperking.
Bewoner heeft een beperkt tot zeer beperkt inzicht in zijn/haar beperking.
Mate van planbaarheid van de zorg
Ondersteuning is deels planbaar, deels onplanbaar.
Soms is er een noodzaak tot direct handelen/ingrijpen (fysiek/gedrag)
Ondersteuning is voornamelijk onplanbaar en complex.
Er is vaak een noodzaak tot direct handelen/ingrijpen (fysiek/gedrag).
Benodigde deskundigheid
Generieke deskundigheid, aangevuld met specifieke deskundigheid en signalerend vermogen.
Specifieke deskundigheid en signalerend vermogen.