Om te bepalen of een Rolstoel als voorziening voor de bewoner toegankelijk en passend is, worden, naast het Algemene toetsings- en afwegingskader, de volgende aspecten getoetst en/of gewogen:
**1..** aard van de beperking: de bewoner heeft als gevolg van zijn beperking belemmeringen in het zich verplaatsen in of om de woning en/of op korte afstanden.
**2..** wijze gebruik: een rolstoel wordt verstrekt indien de bewoner, vanwege zijn beperking en het aanvaardbare niveau van zelfredzaamheid en participatie, een rolstoel nodig heeft voor:
Korte afstanden ofwel afstanden die normaliter op loopafstand van de eigen woning liggen, zoals buren en bestemmingen in de eigen buurt.
Structureel gebruik.
Indien de bewoner zich wel lopend kan verplaatsen in en om de woning maar voor korte afstanden van de woning rolstoelafhankelijk is vanwege zijn beperking, is er ook sprake van structureel gebruik.
Voor incidenteel en kortdurend gebruik wordt in principe geen rolstoel verstrekt. Hiervoor kan de bewoner gebruik maken van de uitleenservice van een thuiszorgwinkel.
**3..** algemeen gebruikelijke voorziening: Er zijn diverse algemeen gebruikelijke hulpmiddelen die de bewoner kunnen ondersteunen bij het zich verplaatsen in of om de woning, zoals een wandelstok, looprek of een rollator.
**4..** andere voorziening: Indien een rolstoel nodig is om werk goed te kunnen doen of onderwijs te kunnen volgen, dan dient een rolstoel bij het UWV te worden aangevraagd.
**5..** type rolstoel: Bij de selectie van een rolstoel wordt gekeken naar de volgende aspecten:
Het gebruik: frequentie, duur, doel.
Het gebruikersgebied: binnen, buiten, zowel binnen als buiten.
De aandrijving: via eigen lichaam, mechanisch, duwen door anderen.
De zithouding: actief, passief, rust/slaaphouding.
De meeneembaarheid: inklappen, demonteren.
Veiligheid: noodzakelijkheid veiligheidsnorm rolstoel voor veilig vervoer (Code VVR)
De antropometrische gegevens: lichaamsmaten van de gebruiker.