Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 5

Artikel 21

Afzien van invordering fraudevorderingen

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal Participatiewet Heemstede 2023

1.. Het college besluit af te zien van invordering op grond van artikel 58, zevende lid, van de Participatiewet als : belanghebbende gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; belanghebbende gedurende 10 jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; belanghebbende gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; belanghebbende gedurende 2 jaren heeft voldaan aan de betalingsverplichting en vervolgens een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost; of een minnelijke of dwingende schuldregeling tot stand is gekomen en de vordering ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang, voor zover de medewerking verleend aan een schuldregeling de strekking van artikel 60c Participatiewet niet in de weg staat. 2.. In geval sprake is van een combinatie van boete, fraude- en niet-fraudevorderingen en/of geldleningen, moet de belanghebbende eerst de boete aflossen, vervolgens de fraudeschuld, en vervolgens gedurende (maximaal) 36 maanden aflossen op de niet-fraudeschuld of geldlening, waarna een restsaldo van deze niet-fraudeschuld of geldlening buiten invordering wordt gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel