Naar hoofdinhoud
De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget verplichtingen aan te gaan en uitgaven te doen te behoeve van de uitvoering van haar taken. De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorige begrotingsjaar via de secretaris in de reguliere gemeentelijke begrotingscyclus. Tevens verantwoordt de rekenkamer de baten en lasten in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 185, lid 3 Gemeentewet. De rekenkamer doet jaarlijks vóór 1 juni een voorstel aan de raad voor de benodigde middelen voor een goede uitoefening van haar taken. Dit voorstel bevat minimaal een indexering van het budget conform de consumentenprijsindex. Ten laste van het in het eerste lid bedoelde budget, worden de kosten gebracht van: De vergoedingen aan de leden; De inzet van externe onderzoekers en deskundigen; Alle overige uitgaven die de rekenkamer nodig acht voor de uitoefening van haar taak. Ingeval de raad voornemens is een korting door te voeren op het budget voor de rekenkamer voor het komend begrotingsjaar wordt daarover tijdig, maar tenminste vier maanden voor aanvang van het betreffende begrotingsjaar, overleg gevoerd met de rekenkamer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel