Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5

Artikel 3.5.4

Lokale regels voor grond met bodemvreemd materiaal

Onderdeel van Nota bodembeheer Regio De Vallei

Bodemvreemde materialen zijn alle materialen die niet onder de definitie van grond vallen en bij de ontgraving al in de bodem aanwezig zijn. Hierbij gaat het niet om bijmenging met materialen van natuurlijke origine als grond, schelpen, wortels en onbewerkt hout. Landelijk geldt een maximum van 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal bij grondverzet voor zover het steenachtig materiaal of hout betreft. De regio stelt strengere eisen: Bij het toepassen van grond geldt een maximaal gewichtspercentage bodemvreemd materiaal (steenachtig materiaal of hout) dat afhankelijk is van de bodemfunctieklasse van de toepassingslocatie: Functieklasse industrie: maximaal 10% Functieklasse wonen en Landbouw/natuur: maximaal 5% Voor overige lichtgewicht bodemvreemde materialen zoals bijvoorbeeld plastic en piepschuim mag dit alleen sporadisch in de grond voorkomen volgens het landelijk beleidskader. Wanneer het maximaal toegestane percentage bodemvreemd materiaal wordt overschreden, dan kan de grond niet worden toegepast. Door bijvoorbeeld te zeven kan het percentage bodemvreemd materiaal worden verlaagd, zodat de grond alsnog mag worden toegepast. Het kan voorkomen dat afwijken van de genoemde percentages wenselijk is en het niet mogelijk is om bijvoorbeeld bodemvreemd materiaal te verwijderen via zeven. Afwijking is alleen mogelijk als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Vooraf is afgestemd met de gemeente en deze heeft schriftelijk ingestemd; Alle betrokkenen (eigenaar, uitvoerder, initiatiefnemer) zijn voldoende op de hoogte van de consequenties; De toepassing van deze partij dient het algemeen milieubelang (bijvoorbeeld een geschikte partij moet van ver buiten de gemeente komen) en het betreft een duurzame oplossing; De extra kosten staan niet in verhouding tot het milieu- en maatschappelijk rendement.

Rechtspraak bij dit artikel