De ervaring leert dat de bodemkwaliteit ter plaatse van (spoor)wegen inclusief de taluds en wegbermen vaak heterogeen is en significant slechter dan de bodemkwaliteit in de regio. Daarom gelden de volgende regels:
(Spoor)wegen inclusief de taluds en wegbermen worden als verdachte locaties aangemerkt. De bodemkwaliteitskaart kan daarmee niet worden gebruikt als bewijsmiddel. De kwaliteit van vrijkomende grond ter plaatse moet daarom worden aangetoond met een partijkeuring.
Er zijn uitzonderingen: Voor relatief nieuwe wegen inclusief wegbermen en de ondergrond (ongeroerd en vrij van bodemvreemd materiaal) kan de bodemkwaliteitskaart wel worden gebruikt nadat met een verkennend bodemonderzoek (NEN5740) is aangetoond dat de bodemkwaliteit van deze locaties overeenkomt met de bodemkwaliteitskaart ter plekke.
Voor grondverzet in (spoor)wegen en/of taluds/wegbermen gelden ook de landelijke regels zoals vastgesteld voor tijdelijke uitname van grond (zie paragraaf 4.2).
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5
Artikel 3.5.9
Grondverzet in (spoor)wegen en/of in taluds/wegbermen
Onderdeel van Nota bodembeheer Regio De Vallei