Een bestuurder mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of een andere organisatie waarmee hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Een bestuurder moet actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegengaan.
Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomen bestuurders de schijn van bevoordeling en houden zich aan de regels over inkoop en het aanbestedingsbeleid.
Een oud-bestuurder is het eerste jaar na beëindiging van zijn functie bij de gemeente uitgesloten van het verrichten van werkzaamheden voor de gemeente tegen beloning anders dan het aanvaarden van een dienstbetrekking bij de gemeente waar de bestuurder burgemeester of wethouder was. Voor werving, selectie en indiensttreding zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing. De uitsluiting van werkzaamheden geldt eveneens niet voor het verrichten van werkzaamheden als wethouder of raadslid in een nieuwe ambtsperiode.
Bestuurders dragen een voormalig bestuurder niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot bestuurslid van een verbonden partij, tot commissaris of hiermee vergelijkbare functies.
Het is niet wenselijk dat een oud-bestuurder in het eerste jaar na beëindiging van zijn functie bij de gemeente tegen beloning werkzaamheden verricht, waarbij de betreffende oud-bestuurder zakelijke contacten onderhoudt met de gemeente Beesel.
Artikel 3