Een bestuurder vervult geen nevenfuncties en verricht geen werkzaamheden die in strijd zijn met een integere invulling van zijn functie of waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente.
Een bestuurder bespreekt het voornemen om een nevenfunctie aan te gaan, in het college en geeft hierbij aan voor welke organisatie de nevenfunctie wordt verricht, het tijdsbeslag en of de functies al dan niet bezoldigd zijn. Het tijdsbeslag van een functie mag niet zodanig groot zijn dat daardoor het functioneren als bestuurder in het geding komt. Bij het vervullen van nevenfuncties is een bestuurder zich ervan bewust dat de belangen van de gemeente en van de nevenfunctie uit elkaar moeten worden gehouden.
Een bestuurder meldt het voornemen om een nevenfunctie aan te gaan, aan de raad.
Een bestuurder handelt in het uitoefenen van zijn ambt niet zodanig dat hij of zij vooruitloopt op een functie na aftreden.
Een actueel overzicht van nevenfuncties wordt op de website van de gemeente gepubliceerd.
Artikel 6