Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9.

Onderzoek

Onderdeel van Beleidsregels Sociaal Domein gemeente Oude IJsselstreek 2023

Het artikel 2.3.8 lid 3 van de Wmo 2015 regelt in algemene zin dat de inwoner desgevraagd moet meewerken aan de uitvoering van de Wmo. Zorgvuldig onderzoek is vaak nodig, en in bepaalde gevallen kan zonder advies geen zorgvuldige besluitvorming plaatsvinden, zie ook artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3.3.3 van de Verordening Sociaal Domein 2022. Het gaat om gegevens over de medische situatie van de inwoner. Financiële gegevens zijn niet van belang om een afweging te maken vanuit de Wmo. Uit de jurisprudentie blijkt dat indien een inwoner geen medewerking verleent, de aanvraag buiten behandeling gelaten mag worden op grond van de onmogelijkheid voldoende onderzoek te doen, mits het inderdaad zo is dat zonder dit onderzoek de (medische) noodzaak niet vast te stellen is. Er zal dus altijd beoordeeld moeten worden of op een andere wijze de (medische) noodzaak vastgesteld kan worden. Gegevens verstrekken Op grond van artikel 2.3.8, lid 1 van de Wmo 2015 moet de inwoner de gegevens die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag aan de gemeente verschaffen. Hierbij kan gedacht worden aan medische, maar ook aan financiële gegevens of aan medische indicatiegegevens op grond van de Wlz. Bij medische gegevens komt het frequent voor dat informatie van de behandelende sector noodzakelijk is. Dit kan – zeker als dit schriftelijk moet - geruime tijd in beslag nemen. Dat werkt vertragend op de doorlooptijd van het onderzoek. Ook in dit soort situaties kan met inschakeling van de inwoner vaak sneller over de benodigde gegevens beschikt worden, met name indien de inwoner aangeeft welk belang hij heeft bij het verstrekken van de gevraagde informatie aan de medische adviseur. Overigens mag het opvragen van medische gegevens bij de behandelaar uitsluitend plaatsvinden met toestemming van de inwoner. Daarbij moet in de verklaring opgenomen worden welke adviserende arts de gegevens opvraagt, bij welke behandelaren de gegevens opgevraagd worden, om welke gegevens het gaat en met welk doel. In contact blijven met de inwoner (Wmo) De gemeente moet na de verstrekking van een voorziening beoordelen of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen bijdragen aan de gestelde doelen om de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner te vergroten. De gemeente moet daarvoor, conform artikel 2.3.9. van de Wmo 2015, onderzoek verrichten naar eerder verstrekte voorzieningen. In de gemeente Oude IJsselstreek vinden we het belangrijk om na de verstrekking van een maatwerkvoorziening met onze inwoners in contact te blijven. Zo weten we hoe het met de inwoner gaat en in hoeverre de toegekende voorziening de passende oplossing is voor zijn/haar ondersteuningsvraag. In dit contactmoment staat voorop dat de consulent kijkt hoe het met de inwoner gaat en of de toegekende voorziening bijdraagt aan de gestelde doelen. De huidige situatie wordt in de eigen omgeving van de inwoner onderzocht en er wordt gekeken of er aanleiding is tot aanpassing, aanvulling of wijziging van de eerder verstrekte voorziening(en). Hoe vaak en wanneer dit gebeurt is in zijn algemeenheid niet te bepalen. Wel hanteren we het uitgangspunt dat er na ieder toegekende voorziening een contactmoment met de inwoner wordt gepland. Het termijn tussen de start van de ondersteuning en het geplande contactmoment moet de inwoner voldoende tijd geven om de effecten van de voorziening in beeld te hebben. In contact blijven met de inwoner (Jeugd) Vanaf 1 januari 2020 zijn de jeugd- en gezinswerkers van Buurtzorg Jong (BZJ) het eerste aanspreekpunt voor jongeren en hun ouders/verzorgers. BZJ biedt een luisterend oor, adviezen of praktische hulp voor zorgen en vragen die spelen in het dagelijks leven van een gezin. Een vaste jeugd- en gezinswerker verdiept zich in de situatie van het gezin en zoekt samen met het gezin naar een oplossing die past bij het kind en het gezin. Ook biedt BZJ lichte vormen van ondersteuning en hulp. De jeugd- en gezinswerker maakt op basis van de situatie van het gezin en de contacten met betrokkenen de afweging of specialistische vormen van hulp nodig is. Zij zorgen voor het indicatieadvies waarop de gemeente het besluit neemt om specialistische hulp in te zetten. De jeugd- en gezinswerker blijft betrokken bij het gezin, ook wanneer er specialistische hulp is ingezet en bij verwijzingen via derden (huisarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling). De jeugd- en gezinswerker monitort of de gestelde doelen worden gehaald en of het bijvoorbeeld nodig is om doelen bij te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel