Soms is er sprake van hulpverlening met een gedwongen karakter. Zo zijn er aparte vormen van toezicht op jongeren in de wet geregeld, die door de rechter ingesteld kunnen worden (denk aan Kinderbeschermingsmaatregelen zoals een ondertoezichtstelling en/of een machtiging tot uithuisplaatsing, of verplichte Jeugdreclassering nadat een jongere de wet heeft overtreden). Dit wordt ook wel het gedwongen kader genoemd. Er bestaan afspraken met de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) (die onderzoeken verricht ten behoeve van het instellen van kinderbeschermingsmaatregelen) en gecertificeerde instellingen (GI) (die dit toezicht uitvoeren en ook beslissen welke hulp wordt geboden). Deze afspraken betreffen onder andere de uitwisseling van gegevens. Voor de uitwisseling van deze gegevens tussen gemeente en RvdK/GI is geen toestemming van betrokkene nodig zolang duidelijk is dat dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de wettelijke taak en ook de principes van proportionaliteit en subsidiariteit in acht zijn genomen. Dit geldt overigens ook voor de uitwisseling van gegevens met Veilig Thuis (regionaal advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling). Veilig Thuis is wettelijk bevoegd om zonder toestemming van de betrokkenen informatie op te vragen en te delen ten behoeve van een onderzoek, als dat noodzakelijk is voor de veiligheid, het herstel of de toekomstige ontwikkeling van de betrokkenen. Iedere organisatie en zelfstandige professional heeft een eigen meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling met daarin 5 stappen. Iedere organisatie is wettelijk verplicht om deze 5 stappen in haar meldcode op te nemen. Door de meldcode te volgen kan de situatie van een inwoner gemeld worden bij Veilig Thuis. Bij de uitvoering van een advies- of consultatietaak door Veilig Thuis is het zonder toestemming opvragen van informatie niet van toepassing.
Hoofdstuk › Paragraaf 4.7
Artikel 4.7.6
Gedwongen kader
Onderdeel van Privacybeleid Sociaal Domein gemeente Súdwest-Fryslân