Vergunningplichtige activiteiten worden getoetst aan de wettelijke kaders waaronder Wabo, Bor, Ab, Richtlijn Industriële Emissies (RIE), LAP3, Besluit m.e.r. Binnen deze kaders is BBT en veiligheid een leidraad. Omdat het landelijke milieubeleid vooral gebaseerd is op Europese regelgeving is er weinig ruimte om hiervan af te wijken. Strenger kan wel maar onderbouwd en vastgelegd in beleid. Een soepelere invulling van vergunningverlening is vaak niet mogelijk.
Voor een deel van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, is het nodig een afweging te maken via een (vormvrije) m.e.r. beoordeling of er grote nadelige gevolgen zijn voor het milieu en of het opstellen van een m.e.r. rapportage nodig is. Het gaat daarbij om bijvoor beeld afvalverwerkende bedrijven en bepaalde veehouderijen. In het Besluit milieueffectrappor tage zijn de betreffende categorieën opgenomen.
Bij het opstellen van besluiten wordt het lokale beleid meegewogen. Voorbeelden van lokaal beleid zijn onder andere: Algemene Plaatselijke Verordening (APV), Provinciale Milieu Verordening (PMV), bestemmingsplannen, beleidsregels van partners, beheerplannen, interferentiegebieden.
Omgevingsvergunning beperkte milieutoets
Sommige bedrijven hebben een zogenoemde omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig voordat zij kunnen starten met een bepaal de genoemde activiteit. Het bevoegd gezag moet dan een lokale toets uitvoeren om te beoordelen of de activiteit inpasbaar is in de lokale situatie.
Het gaat onder meer om:
Activiteiten met afvalstoffen (milieustraten, opslag gebruikte banden, demonteren auto wrakken).
Activiteiten die veel geluid produceren.
Activiteiten met een potentieel grote belasting van de lucht, zowel stof als geur.
Activiteiten met gesloten bodemsystemen.
Activiteiten waarvoor een m.e.r. beoordeling verplicht is.
Onder de Omgevingswet (Ow) komt de OBM te vervallen. In veel gevallen gaat dan gewoon een vergunningplicht gelden.
Op het niveau van het beschikken op een vergunningaanvraag spelen twee punten een belangrijke rol:
De technischinhoudelijke complexiteit.
De sociaalmaatschappelijke complexiteit.
Technisch-inhoudelijke complexiteit
Elke vergunning bestaat uit een mix van standaard en specifieke voorschriften, maar de verhouding is wisselend. Als de technisch inhoudelijke complexiteit van de specifieke situatie (de inrichting of activiteit in kwestie en/of het gebied waar de inrichting is gelegen of de activiteit plaatsvindt) klein is, ligt het accent vooral op standaard voorschriften en minder op specifieke voorschriften. Omgekeerd, als de technischinhoudelijke complexiteit van de situatie (inrichting, activiteit en/of gebied) groot is, ligt het accent vooral op specifieke voorschriften en minder op standaardvoorschriften.
Sociaal-maatschappelijke complexiteit (politiek gevoelig)
Indien de sociaalmaatschappelijke complexiteit van de specifieke situatie gering is, kan het proces van tot stand brengen van een vergunning ‘rechttoerechtaan’ zijn. Een dergelijke vergunning kan, met het accent op de inhoud, in beginsel eigenstandig door ODIJmond worden afgehandeld.
Als de sociaalmaatschappelijke complexiteit van de situatie daarentegen groot is, ligt het totstandbrengingsproces gecompliceerder. Bijvoorbeeld vanwege de betrokken inrichting of initiatief nemer en diens voorgeschiedenis, economisch belang en/of aanwezige belangenorganisaties die zich roeren (politiek gevoelig).
In dit geval moet er bestuurlijke afwegingsruimte worden ingevuld en is het proces minstens net zo belangrijk als de inhoud; afstemming, overleg en/of samenwerking is noodzakelijk tussen ODIJmond, het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden.
Bij de beoordeling van politiek gevoelige dossiers worden onder andere:
Internet geraadpleegd (bedrijf/naam aanvrager).
Ligging ten opzichte van de omgeving beoordeeld.
De klachtenregistratie geraadpleegd.
Navraag gedaan bij toezicht en handhaving.
Krantenberichten bekeken.
Navraag gedaan bij een collega met gebied specifieke kennis/branche kennis.
Collega bij de betreffende gemeente of bij de provincie geraadpleegd (bijvoorbeeld afdeling ruimtelijke ordening/bouw/economische zaken).
Wanneer sprake is van een sociaalmaatschappelijke complexiteit zoeken wij samenwerking met de gemeente of de provincie via de milieu contactpersoon/schakelfunctionaris.
Bij een meervoudig dossier stemmen wij met de gemeente of de provincie af dat dit gebeurt met extra aandacht. Dit betekent overleg en/of samen werking tussen ODIJmond, de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk), de provincie, de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden.