Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 4.3

Artikel 4.3.3

Bestuursrechtelijke handhavings- instrumenten

Onderdeel van VTH-strategie 2023-2026

Last onder dwangsom Ten aanzien van het bestuurlijk sanctioneren van overtredingen wordt in beginsel gebruik gemaakt van de last onder dwangsom. In de lijst met dwangsommen (bijlage 1) is bij elke genoemde overtreding een dwangsombepaling opgenomen. De verbeurte van een dwangsom is het rechtsgevolg dat is verbonden aan de last onder dwangsom en treedt in op het moment dat de overtreding niet is beëindigd voor het verstrijken van de begunstigingstermijn. In doe voorkomen­ de gevallen kan tot invordering van de verbeurde dwangsom worden overgegaan. Dwangsom ineens Met het doel een effectieve en efficiënte handhaving te bereiken worden in de dwangsombeschikking in beginsel dwangsommen vastgesteld op een ineens te verbeuren bedrag. In dit verband is ervoor gekozen de begunstigingstermijn iets ruimer te stellen. De overtreder wordt immers een week voor het moment van het verbeurte in kennis gesteld van het aflopen van de begunstigingstermijn. Indien het noodzakelijk is vanwege de aard van de overtreding wordt de dwangsomverbeurte vast­ gesteld op een bedrag per overtreding, waarbij het totaalbedrag aan te verbeuren dwangsommen gelijk is aan het in bijlage 1 opgenomen maxi­ mum bedrag. Voor de vaststelling van het aantal overtredingen dat leidt tot verbeurte van het maximum bedrag worden de bijzondere omstandigheden van het geval betrokken, waaronder de aard en intensiteit van de overtreding. Niet-nakoming en recidive In voorkomende gevallen dat niet voldaan wordt aan een eerste of opvolgende last onder dwang­ som, staat het ODIJmond vrij een volgende last onder dwangsom aan te zeggen ten aanzien van dezelfde en nog voortdurende overtreding. Dit teneinde daarop alsnog herstel te laten plegen. Uit het voortduren van de overtreding kan een kennelijkheid worden afgeleid die inhoudt dat het in de voorgaande last onder dwangsom gestelde dwangsombedrag een onvoldoende prikkel betrof om herstel te plegen op de overtreding. In zodanig geval wordt in de navolgende last onder dwang­ som het voor de overtreding genoemde dwang­ sombedrag verhoogd met 300%. Deze verhoging kan dus alleen worden toegepast als sprake is van hetzelfde handhavingstraject ten overstaande van dezelfde overtreding. Indien dit onvoldoende financiële prikkel zal blijken in te houden kan van deze procentuele verhoging worden afgeweken. Er wordt contact opgenomen met het OM en de mogelijkheid tot het aanzeggen van de Bsbm dan wel proces­verbaal wordt onderzocht. Onder bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van de in de bijlage genoemde dwang­ sombedragen. Dit zou zich voor kunnen doen in geval er sprake is van recidive, een ernstige overtreding of anderszins een grotere financiële prikkel gewenst is. In zodanig geval wordt in elke navolgende last onder dwangsom het voor de hernieuwde overtreding gestelde dwangsom­ bedrag in de bijlage verhoogd met 200%. Indien dit onvoldoende financiële prikken blijkt in te hou­ den kan van deze procentuele verhoging worden afgeweken. Last onder bestuursdwang In het geval dat de last onder dwangsom naar omstandigheden niet het geëigende middel blijkt te zijn om de overtreding te (laten) beëindigen wordt gebruik gemaakt van de last onder bestuursdwang. Bovendien kan in voorkomende gevallen waar de last onder dwangsom niet het beoogde effect heeft gehad ervoor gekozen worden gebruik te maken van de last onder bestuurs­ dwang. In het geval sprake is van een overtreding ten aanzien waarvan zeer spoedeisend herstel vereist is wordt direct en te allen tijde bestuurs­ dwang toegepast. In de lijst met dwangsommen (bijlage 1) worden categorieën van overtredingen benoemd ten aanzien waarvan in de regel van de mogelijkheid tot het aanzeggen van een last onder bestuursdwang gebruik worden gemaakt. Bestuurlijke boete Naast de mogelijkheid van lastgeving kan een bestuursorgaan ook een bestuurlijke boete opleg­ gen aan een overtreder. ODIJmond maakt van dit instrument geen gebruik, maar hanteert in plaats daarvan het instrument Bsbm (beschreven onder strafrechtelijke handhaving (paragraaf 3.4.1)).

Rechtspraak bij dit artikel