Een huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats vervalt:
één maand nadat de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken;
onmiddellijk nadat de huurovereenkomst voor de standplaats is beëindigd en/of de vergunninghouder de standplaats heeft verlaten;
indien met binnen twee maanden na verlening van de huisvestingsvergunning de vergunninghouder beschikt over een daarvoor vergunde woonwagen, of dat de werkzaamheden zijn gestart om een vergunde woonwagen op de woonwagenstandplaats te realiseren;
de in sub c genoemde termijn wordt opgeschort vanaf het moment dat een aanvraag Omgevingsvergunning is ingediend voor het plaatsen van een woonwagen op de desbetreffende woonwagenstandplaats tot het moment dat een besluit is genomen op deze aanvraag, dan wel dat de aanvraag buiten behandeling is gesteld.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 22.
Vervallenverklaring huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Zuidplas 2023