Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 18

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor de raadsadviescommissies van de gemeente Oss 2011

1.. Na de opening van de vergadering kunnen ingezetenen of belanghebbenden gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 5 minuten voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. De commissie stemt hier al dan niet mee in.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel