Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.4

Aanvraag 2.4.1 Gespreksverslag, ondersteuningsplan en beslistermijnen

Onderdeel van VERORDENING JEUGDHULP EN WMO GEMEENTE WAALRE 2023

Als de hulpvraag valt onder de Wmo stuurt de medewerker binnen zes weken na de melding een gespreksverslag aan de inwoner. De inwoner stuurt het gespreksverslag zo spoedig mogelijk ondertekend retour. Het ondertekende gespreksverslag geldt als de aanvraag. De gemeente neemt binnen 2 weken na ontvangst van de aanvraag een besluit. Als de wettelijke beslistermijn van 8 weken dreigt te worden overschreden gaat de gemeente met de inwoner hierover in gesprek en bespreekt uitstel van het besluit. Als een hulpvraag betrekking heeft op jeugd: Wordt bij het eerste gesprek met de inwoner besproken wat de hulpvraag is. Als er professionele hulp nodig is (van het CMD of een ‘individuele voorziening jeugdhulp’), wordt dit vastgelegd in een ondersteuningsplan. Binnen 8 weken na het eerste gesprek ontvangt de inwoner het ondersteuningsplan. Als er een individuele voorziening wordt ingezet geldt het door de inwoner ondertekende ondersteuningsplan als aanvraag en ontvangt de inwoner een besluit van de gemeente over de individuele voorziening. Het ondersteuningsplan is integraal onderdeel van het besluit. Een inwoner heeft ook de mogelijkheid om via het formulier ‘aanvraag individuele voorziening jeugdhulp’ een aanvraag voor een individuele voorziening te doen. Ook dan wordt een gesprek gepland en een ondersteuningsplan gemaakt. Binnen 8 weken na ontvangst van het aanvraagformulier neemt de gemeente een besluit over de aanvraag. Als de wettelijke beslistermijn van 8 weken dreigt te worden overschreden gaat de gemeente met de inwoner hierover in gesprek en bespreekt uitstel van het besluit. In het gespreksverslag (Wmo) of ondersteuningsplan (Jeugd) staat: Welke hulpvraag de inwoner heeft; Welke problemen de inwoner ervaart; Welke behoefte aan hulp of ondersteuning de inwoner heeft; (indien van toepassing) Hoe het familiegroepsplan is betrokken; Op welke manier en in welke mate door de inwoner zelf of het sociaal netwerk van de inwoner in deze behoefte kan worden voorzien; Op welke manier en in welke mate hulp of ondersteuning door een andere organisatie dan de gemeente in de behoefte kan voorzien; Welke hulp of ondersteuning nodig is van het CMD (op de korte en op de lange termijn); Welke individuele voorzieningen of maatwerkwerkvoorzieningen moeten worden ingezet en voor welke periode. Welk effect de inwoner wil bereiken en hoe dat kan worden gerealiseerd. Daarbij wordt gekeken naar de korte en naar de lange termijn. De inwoner is eigenaar van het gespreksverslag en het ondersteuningsplan. Als de medewerker meer informatie nodig heeft voor het gespreksverslag/ondersteuningsplan, waardoor het niet binnen de hiervoor genoemde termijn kan worden toegestuurd, dan wordt de inwoner hierover schriftelijk geïnformeerd. De inwoner ondertekent het gespreksverslag/ondersteuningsplan en stuurt dit naar de gemeente. Als de inwoner het niet eens is met het gespreksverslag/ ondersteuningsplan, kan hij dat daarop aangeven en het voor gezien ondertekenen. Dit zodat de inwoner een besluit van de gemeente ontvangt waarop hij eventueel bezwaar kan maken.

Rechtspraak bij dit artikel