Naar hoofdinhoud
Het bepaalde in de artikelen 3 en 4 vindt geen toepassing indien: ten tijde van het ontvangen van het bezwaarschrift of verzoekschrift, dan wel op het tijdstip waarop het in artikel 3 of artikel 4 bedoelde feit ter kennis van de heffingsambtenaar komt, de driejaarstermijn is verstreken; aannemelijk is dat de belanghebbende door opzet of grove schuld de wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift of verzoekschrift ongebruikt heeft laten verstrijken. een uitspraak van de Hoge Raad of van een gerechtshof, waarin een toepassing van de belastingwet besloten ligt die voor de belanghebbende gunstiger is dan de bij de heffing van de belasting gevolgde toepassing, leidt niet tot het ambtshalve verlenen van vermindering van belasting indien de belastingaanslag of de voldoening op aangifte onherroepelijk is komen vast te staan voor de dag, waarop de uitspraak door de Hoge Raad of het hof is gewezen, tenzij het college van burgemeester en wethouders op dit punt een afwijkende regeling heeft getroffen; hetgeen in onderdeel c. is bepaald met betrekking tot een uitspraak van de Hoge Raad of van een gerechtshof, is in daartoe leidende gevallen van overeenkomstige toepassing op prejudiciële beslissingen van het hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen alsmede op rechterlijke uitspraken van het Hof en andere supranationale colleges.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel