Als kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden bijvoorbeeld de kosten gezien van het maken van een masterplan of ontwerp op wijkniveau, op basis waarvan vervolgens verschillende straten opnieuw worden aangelegd. Omdat de ontwerpkosten op een overkoepelend niveau worden gemaakt zijn deze geen onderdeel van de uiteindelijke investering (per straat). Belangrijk criterium hierbij is dat de kosten wel direct leiden tot één of meer investeringen en dat de kosten specifiek worden gemaakt om te komen tot een investering. Een beleidsplan, algeheel beeldkwaliteitsplan of structuurvisie bijvoorbeeld voldoen niet aan deze kenmerken. In het BBV is bepaald dat de kosten voor onderzoek en ontwikkeling onder voorwaarden mogen worden geactiveerd.
In het Investeringsplan zijn budgetten opgenomen voor de vervangingen en herinrichtingen van straten. Omdat de ontwerpen voor de straten worden gemaakt op wijkniveau, in de vorm van masterplannen, vallen deze kosten niet onder de bijkomende kosten die als onderdeel van de investering worden geactiveerd. Omdat de kosten wel voldoen aan de voorwaarden zoals die in het BBV worden gesteld en de budgetten voor deze kosten in het Investeringsplan zijn opgenomen, kiest de gemeente er voor om deze kosten apart te activeren.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.2
Activeerbare kosten vóór het investeringsbesluit
Onderdeel van Nota Activabeleid 2021-2024