Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Grondslag voor de subsidieberekening

Onderdeel van Subsidieregeling subsidiering Peuteropvang en Voorschoolse Educatie 2023

1.. De grondslag voor de subsidie peuterplaatsen is het aantal te realiseren bezette peuterplaatsen peuteropvang en/of peuterplaatsen voorschoolse educatie. 2.. Voor een peuterplaats peuteropvang wordt uitsluitend subsidie verleend voor peuters van ouders die aantoonbaar geen recht op kinderopvangtoeslag op grond van afdeling 2 van de Wet kinderopvang (kinderopvangtoeslag) hebben. De grondslag hiervoor is het aantal uren per kalenderjaar dat peuters van niet-toeslagouder(s) deelnemen aan peuteropvang op basis van de maximum uurprijs die de Rijksoverheid hanteert voor de kinderopvang en een inkomensafhankelijke ouderbijdrage (inkomen beide ouders bij niet-toeslagouders over het jaar t-1 moet worden opgegeven voor de berekening). 3.. Voor een peuterplaats voorschoolse educatie wordt: Subsidie verleend voor peuters van ouders die aantoonbaar geen recht op kinderopvangtoeslag op grond van afdeling 2 van de Wet kinderopvang (kinderopvangtoeslag) hebben. Grondslag hiervoor is het aantal uren per kalenderjaar dat doelgroeppeuters van niet-toeslagouder(s) deelnemen aan voorschoolse educatie, op basis van € 11,45 per uur (prijspeil 2023) en een inkomensafhankelijke ouderbijdrage (gezamenlijk inkomen ouders bij niet-toeslagouders over het jaar t-1 moet worden opgegeven voor de berekening). Wanneer het gezamenlijke gezinsinkomen bij niet-toeslagouders op t-1 valt in de laagste categorie van VNG-adviestabel ouderbijdrage peuterwerk van het betreffende kalenderjaar, betalen ouders over 8 uur geen eigen inkomensafhankelijke bijdrage. Subsidie verleend voor peuters van ouders die recht op kinderopvangtoeslag op grond van afdeling 2 van de Wet kinderopvang (kinderopvangtoeslag) hebben. Grondslag hiervoor is het aantal uren per kalenderjaar dat doelgroeppeuters van toeslagouder(s) deelnemen aan voorschoolse educatie, op basis van € 11,45 per uur (prijspeil 2023) minus de maximum uurprijs die de Rijksoverheid hanteert voor de kinderopvang. Subsidie verleend voor een pedagogische beleidsmedewerker voorschoolse educatie voor een minimaal aantal uren per jaar, dat jaarlijks wordt bepaald door het aantal doelgroeppeuters, waaraan in de voorziening op 1 januari van het betreffende kalenderjaar voorschoolse educatie wordt aangeboden, te vermenigvuldigen met twaalf uur. Hierbij worden alle kinderen meegeteld die behoren tot de hierboven beschreven vastgestelde doelgroep voorschoolse educatie. Het minimaal aantal te subsidiëren doelgroeppeuters is 5. 4.. De uurprijs van € 11,45 per uur (prijspeil 2023) wordt jaarlijks geïndexeerd met de procentuele verhoging van de maximale uurprijs voor dagopvang van de Belastingdienst. 5.. Bovenop de uurprijs van € 11,45 per uur (prijspeil 2023) komt op basis van artikel 6, lid 3, sub c, € 0,85 voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie. Ook dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met de procentuele verhoging van de maximale uurprijs voor dagopvang van de Belastingdienst. 6.. Wanneer de gemeente een subsidie peuteropvang of voorschoolse educatie verstrekt op grond van aanspraak op de hardheidsclausule, wordt er € 0,15 boven op het geldende uurtarief vergoed op basis van het aantal uren per kalenderjaar. 7.. De te verlenen en vast te stellen subsidie voor peuteropvang per uur is nooit hoger dan de door de organisaties bij de aanvraag voor het kalenderjaar opgegeven en voor overige klanten gehanteerde uurprijs. 8.. Er wordt gewerkt met de VNG-adviestabel ouderbijdrage peuterwerk van het kalenderjaar voor de berekening van de ouderbijdrage voor de peuterplaatsen peuteropvang en voorschoolse educatie (bij aantoonbaar geen recht op kinderopvangtoeslag).

Rechtspraak bij dit artikel