Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.5.

Artikel 23.

Voorrang in verband met de grootte van de woonruimte

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Utrecht

1.. Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning wordt voorrang verleend aan huishoudens waarvan de grootte past bij de grootte van de woonruimte, volgens onderstaande tabel: Huishouden naar personen Huishouden naar personen Woonruimte naar kamers Oppervlakte Eengezins-woningen Meergezinswoningen 1 kamer n.v.t. 1 of 2 1 of 2 2 kamers < 60 m2 1 of 2 1 of 2 > 60 m2 2 1 of 2 3 kamers < 60 m2 1 of 2 1 of 2 60-80 m2 2 of meer 1 of meer > 80 m2 2 of meer 2 of meer 4 kamers < 60 m2 2 of meer 2 of meer > 60 m2 3 of meer 2 of meer 5 kamers < 80 m2 3 of meer 3 of meer > 80 m2 5 of meer 5 of meer 6 kamers of meer < 80 m2 5 of meer 5 of meer > 80 m2 6 of meer 6 of meer 7 kamers < 80 m2 6 of meer 6 of meer > 80 m2 7 of meer 7 of meer 8 kamers < 80 m2 7 of meer 7 of meer > 80 m2 8 of meer 8 of meer 2.. Afwijking van deze tabel is mogelijk als dat in verband met de leefbaarheid nodig is. 3.. Als er voor een woonruimte met vijf of meer kamers geen gegadigden zijn met de juiste huishoudensgrootte, wordt voorrang verleend op basis van aflopende huishoudensgrootte. 4.. Voor woonruimten met maximaal drie kamers krijgen doorstromers die een woonruimte van minimaal 4 kamers achterlaten, waar zij minimaal een jaar gewoond hebben, voorrang (Van-groot-naar-beter-regel). Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalen dat de voorrang voor doorstromers niet geldt voor eengezinswoningen met drie kamers en een gebruiksoppervlakte van tenminste 75m2.

Rechtspraak bij dit artikel