Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.1

Artikel 49.

Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte, vrijstelling

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Utrecht

1.. Het verbod van artikel 21, eerste lid van de wet is van toepassing op alle woonruimte in de gemeente Utrecht. Deze woonruimte mag niet zonder vergunning van burgemeester en wethouders: anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken of onttrokken gehouden; anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd of samengevoegd gehouden; van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden; van onzelfstandige in zelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden. tot twee of meer zelfstandige woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden. 2.. Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder a. is vrijgesteld: woonruimte die wordt onttrokken door een toegelaten instelling, als aan die onttrekking een besluit van burgemeester en wethouders ten grondslag ligt. 3.. Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder c. is vrijgesteld: Woonruimte die is of wordt omgezet voor de huisvesting van maximaal drie personen; Woonruimte waar sprake is van hospitaverhuur. 4.. Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder a, b, c ,d en e zijn vrijgesteld situaties waarbij de eigenaar van de woonruimte: naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het onttrekken, samenvoegen, omzetten of woningvormen sinds het ontstaan onafgebroken heeft plaatsgehad, naar aard en omvang niet is geïntensiveerd en dat deze situatie: al vóór 1 mei 1975 bestond; of in de periode 1 januari 2016 tot en met 7 februari 2019 bestond of is ontstaan en de woonruimte in deze periode een WOZ-waarde had of kreeg van €305.000,-- of meer; of in de periode 8 februari 2019 tot en met 30 juni 2019 bestond of is ontstaan en de woonruimte in deze periode een WOZ-waarde had of kreeg van €376.803 of meer; of een schriftelijke toestemming (niet zijnde een omgevingsvergunning) van burgemeester en wethouders heeft die het gebruik van die woonruimte als onzelfstandige woonruimte toestaat en mits het gebruik sindsdien onafgebroken heeft plaatsgehad en naar aard en omvang niet is geïntensiveerd. 5.. Een vergunning die is verleend voor het omzetten, samenvoegen, onttrekken of woningvormen, wordt geacht ook te zijn verleend voor het omgezet, samengevoegd, onttrokken of gevormd houden van die woonruimte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel