Van urgentie bij dreigende dakloosheid is uitsluitend sprake bij het buiten eigen schuld of toedoen:
onvoorzienbaar moeten verlaten van een dienstwoning, omdat de werkgever de werknemer tot vrije oplevering heeft gedwongen;
moeten verlaten van een woonruimte door een gerechtelijk vonnis (geen echtscheidingsvonnis), voor zover betrokkene dit niet had kunnen voorkomen; of
verliezen van een woonruimte door een calamiteit, zoals brand of overstroming.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.6.
Artikel 29.
Urgentie bij dreigende dakloosheid
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Utrecht