**1..** Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor de in artikel 46 bedoelde woonruimte wordt bij de eerste verhuur voorrang gegeven aan:
Doorstromers; en
Vitale beroepen.
** 2. .** Elke verhuurder past de voorrang uit het eerste lid toe voor 50% van de eerste verhuringen
**3..** Naast of in plaats van de in de vorige leden genoemde voorrang kunnen burgemeester en wethouders in overleg met verhuurders ook andere categorieën woningzoekenden aanwijzen die voor aangewezen woonruimte voorrang krijgen bij het verlenen van een huisvestingsvergunning, in verband met:
de aard van de woonruimte;
de grootte van de woonruimte;
de dringende behoefte aan een woonruimte voor een specifieke doelgroep; of
een economische of maatschappelijke binding, zoals het behoren tot een bepaalde beroepsgroep.
**4..** Als burgemeester en wethouders het vorige lid toepassen, leggen zij dit vast in een nadere regel en geven hierbij eveneens de voorrangsvolgorde aan, die kan afwijken van de in het volgende artikel beschreven rangorde.
**5..** Burgemeester en wethouders rapporteren jaarlijks aan de raad over het verlenen van voorrang op grond van het vierde lid.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.8
Artikel 47.
Voorrangsgronden
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Utrecht