De beheervisie van de gemeente is helder en duidelijk verwoordt door de onderstaande vier kernkreten:
• Veilig
Acties die op korte tot zéér korte termijn uitgevoerd moeten worden, om het risico op onveilige situaties weg te nemen.
• Functioneel (bruikbaar)
Een object moet zijn functie kunnen uitvoeren zoals bedoeld. Afhankelijk van de schade of gebrek - en eventueel maatschappelijke impact - zal worden ingeschat wanneer acties nodig zijn.
• Schoon en heel
De objecten moeten er toonbaar uitzien. Afhankelijk van de schade of gebrek zal worden ingeschat wanneer acties nodig zijn.
• Duurzaam
Het laten voortduren van een schade of gebrek, kan negatieve effecten hebben op de duurzaamheid van een object of onderdeel daarvan. Uitstellen van acties kan betekenen dat uiteindelijk zwaardere en vaak ook duurdere maatregelen nodig zijn, dan wanneer eerder zou zijn ingegrepen. Bij het inplannen van acties wordt daar rekening mee gehouden.
Uitgangspunten voor het assetmanagement zijn; het borgen van veiligheid en functioneren, het voldoen aan wettelijke kaders, tegen delaagst maatschappelijke kosten.
Volgens NEN-norm NEN 2767 kan de technische kwaliteit worden geclassificeerd volgens een ‘6-schaal’: van 1 (‘uitstekend’) tot 6 (‘zeer slecht’). Daarnaast is er de uitstraling. Deze laatste laat zich doorgaans classificeren aan de hand van CROW Publicatie 388, door middel van een ‘5-schaal’: A+ (‘zeer goed’) tot D (‘slecht’). Om de kwaliteit van een object qua techniek én uitstraling eenvoudig uit te kunnen drukken, zijn drie kwaliteitsniveau’s gedefinieerd:
• Kwaliteitsniveau Hoog
Het object is veilig in gebruik en functioneert zoals bedoeld. Ook is het object schoon en heel. De uitstraling is goed en veroudering is niet of nauwelijks zichtbaar.
• Kwaliteitsniveau Basis
Het object is veilig in gebruik en functioneert zoals bedoeld. Het object is bovendien voldoende schoon, maar verouderingskenmerken zijn zichtbaar.
• Kwaliteitsniveau Laag
De veiligheid van het object kan in het geding komen of zijn. Risicoaansprakelijkheid ligt op de loer. Ook is het risico op disfunctioneren reeël. De uitstraling is sober, dan wel laag. De verwachte technische en economische levensduur zal korter zijn dan bedoeld: de kans op kapitaalvernietiging is groot. Grote financiele ingrepen zijn niet ondenkbaar om het object weer naar een veilig en functioneel niveau te krijgen.
Tabel 15: Kwaliteitsniveaus volgens welke beheerd kan worden
Norm/
Aanbeveling
Kwaliteitsniveau
Hoog
Basis
Laag
Het object is veilig in gebruik en functioneert zoals bedoeld. Ook is het object schoon en heel. De uitstraling is goed en veroudering is niet of nauwelijks zichtbaar.
Het object is veilig in gebruik en functioneert zoals bedoeld. Is bovendien voldoende schoon en verouderingskenmerken zijn zichtbaar.
De veiligheid van het object kan in het geding komen en risicoaansprakelijkheid ligt op de loer. Ook is het risico op disfunctioneren reëel. De uitstraling is sober.
NEN 2767
1 (Uitstekend)
2 (Goed)
3 (Redelijk)
4 (Matig) / 5 (Slecht)
6 (Zeer slecht)
CROW Publ. 380
A+ (Zeer goed)
A (Goed)
B (Voldoende)
C (Matig)
D (Slecht)
Geadviseerd wordt om alle objecten minimaal op kwaliteitsniveau Basis te beheren. Dit kwaliteitsniveau sluit het beste aan bij de sobere en doelmatige uitstraling die de gemeente nastreeft. De kwaliteit van de openbare ruimte in het algemeen wordt bovendien ook op dit niveau beheerd. Deze kwaliteit is te realiseren en kapitaalvernietiging wordt daardoor voorkomen. Economisch gezien is dit een verstandige keuze.
De volgende bronnen zijn gebruikt als basis voor het definieren van de bovenstaande drie kwaliteitsniveau’s:
• NEN 2767 “Conditiemeting”.
• CROW Publicatie 380 “Kwaliteitscatalogus Openbare ruimte”.
• Referentiedocumenten van andere (landelijke) beheerders van civiele objecten.
• Eigen ervaringen en ervaringen vanuit marktpartijen.
Bouwmaterialen zijn onderhevig aan allerlei verouderingsprocessen. Veroudering of degradatie is het fenomeen, waarbij materiaaleigenschappen, door externe en interne processen nadelig worden beinvloed. Denk aan klimatologische invloeden waardoor wind- en krimpscheuren in houten onderdelen zich steeds meer manifesteren, of conservering die daardoor met de tijd steeds meer kleur, glans en zijn beschermende werking gaat verliezen. Maar ook chloriden afkomstig van strooizouten die zich in de loop van de tijd in beton steeds meer hebben opgehoopt en waardoor wapeningstaal in oplossing kan gaan. Het zijn enkele voorbeelden van processen waardoor materialen degraderen. Degradatie als gevolg van externe en interne processen.
De afbeelding hieronder toont een theoretische benadering van het degradatieverloop van een willekeurige combinatie ‘onderdeel en bouwmateriaal’. Het verloop is ook wel bekend als ‘zaagtand-verloop’. Dit verloop is ontwikkeld op basis van aannames. Aannames die zijn gebaseerd op het gedachtegoed dat het degradatieproces van bouwdelen na verloop van tijd steeds meer versnelt.
Het vervalgedrag kan in beeld worden gebracht aan de hand van periodieke inspecties, die worden verricht aan de afzonderlijke onderdelen van een object. Blijkt dat door degradatie de minimaal gewenste kwaliteit genaderd gaat worden? Dan zal als gevolg daarvan het interventiemoment worden bepaald: het moment waarop een actie verwacht wordt.
Nadat de gewenste actie is uitgevoerd, zal betreffend onderdeel een ‘nieuwe’ maximale kwaliteit hebben gekregen. Afhankelijk van de getroffen actie, kan deze kwaliteit gelijk zijn aan de aanvangskwaliteit, maar dit is lang niet altijd het geval.
Veel onderdelen hebben een redelijk in te schatten restlevensduur en/of onderhoudscyclus, die als uitgangspunt(en) wordt aangehouden. Blijkt uit perodieke inspecties dat de kwaliteit béter is dan de minimaal gewenste kwaliteit, dan zal het interventiemoment van de geplande actie vooruit worden geschoven. Wanneer de toestand slèchter is dan verwacht, of als het degradatieverloop sneller verloopt dan verwacht, dan zal het interventiemoment in de tijd naar voren worden gehaald.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Beheervisie
Onderdeel van Beheerplan civieltechnische en aanverwante objecten 2023-2027