Het geheel vervangen van een (civieltechnisch) object wordt doorgaans uitgevoerd wanneer het einde van de technische levensduur in zicht komt. De objecten hebben vaak een lange levensduur en het gebruik van het object kan ondertussen zijn veranderd. Het object voldoet dan niet meer omdat het te klein of te licht. Ook kan vervanging een rol spelen als de integriteit van het gehele object onvoldoende is, om veilig gebruik ervan te kunnen waarborgen, of wanneer groot onderhoud het object niet meer naar een minimaal gewenst kwaliteitsniveau kan brengen. Vervangingen hebben betrekking op het gehele object, niet op de afzonderlinge onderdelen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3.4
Vervanging
Onderdeel van Beheerplan civieltechnische en aanverwante objecten 2023-2027