**1..** De navolgende bepalingen zijn van toepassing op boeteprocedures ten aanzien van de inburgerings-plichtigen, zoals bedoeld in artikel X, tweede lid tot en met vijfde lid, van de Wijzigingswet Wet inburgering (Stb.2012, 430) en die vallen onder de Wet inburgering, zoals deze gold tot 1 januari 2013.
**2..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250,- indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is, geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, als bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de Wet inburgering -zoals deze gold tot 1 januari 2013-.
**3..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,- indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet inburgering -zoals deze gold tot 1 januari 2013- of aan de door het college bij beschikking opgelegde verplichting(en):
het deelnemen aan de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening;
het deelnemen aan gesprekken met de trajectbegeleider van het inburgeringsbedrijf;
het deelnemen aan voortgangsgesprekken met de trajectbegeleider, die namens de gemeente;
voor de eerste maal deelnemen aan het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II op een tijdstip dat door het college wordt bepaald;
het melden indien door ziekte dan wel door andere relevante omstandigheden niet aan de verplichtingen in de beschikking kan worden voldaan.
**4..** De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering -zoals deze gold tot 1 januari 2013- bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering -zoals deze gold tot 1 januari 2013- verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.
**5..** De bestuurlijke boete voor overtredingen, als bedoeld in lid 2, bedraagt ten hoogste € 250,- indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
**6..** De bestuurlijke boete voor overtredingen, als bedoeld in lid 3, bedraagt ten hoogste € 500,- indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding.
**7..** De bestuurlijke boete, als bedoeld in lid 3, bedraagt ten hoogste € 500,- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of artikel 33 van de Wet inburgering -zoals deze gold tot 1 januari 2013- vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.