Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5.

Afstemming boete op de financiële omstandigheden

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Waadhoeke 2023

1.. Bij het bepalen van de hoogte van de boete wordt rekening gehouden met het feit dat de boete binnen een redelijke termijn kan worden afbetaald. Dit vindt plaats door de boete af te stemmen op de draagkracht van belanghebbende door de fictieve draagkracht te vermenigvuldigen met 24 maanden in geval van opzet, 18 maanden in geval van grove schuld, 12 maanden in geval van normale verwijtbaarheid en 6 maanden in geval van verminderde verwijtbaarheid. 2.. Onder fictieve draagkracht wordt verstaan de financiële ruimte boven 95% van de toepasselijke uitkeringsnorm op het moment van het opleggen van de boete. 3.. Indien belanghebbende geen inkomen heeft of het inkomen bedraagt minder dan 95% van de toepasselijke uitkeringsnorm, dan wordt de fictieve draagkracht analoog aan artikel 24a van het Wetboek van Strafrecht vastgesteld. 4.. Als een belanghebbende ten tijde van het opleggen van de boete andere inkomsten dan bijstand heeft, wordt de fictieve draagkracht berekend zoals omschreven in het tweede lid van dit artikel. 5.. Bij recidive wordt de maximale aflossingsduur bepaald door de mate van verwijtbaarheid, gerespecteerd bij de bepaling van de hoogte van de recidive-boete. 6.. Bij het bepalen van de hoogte van de boete wordt het bedrag naar beneden afgerond op een veelvoud van € 10,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel