De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden,
voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze
verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks
schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en
wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231,
tweede lid onderdelen b en d van de Gemeentewet.
De belastingplichtige doet aangifte van het aantal overnachtingen
bij de heffingsambtenaar middels een aan hem uit te reiken
aangiftebiljet. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de
Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de aangifte binnen twee
weken na het uitnodigen daartoe gedaan.
Het aangiftebiljet wordt vastgesteld door het college van
burgemeester en wethouders.
Artikel 11
Aanmeldingsplicht; aangifte
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2011-2014