Rilland ligt aan de oostkant van de gemeente Reimerswaal en behoort met Bath tot de meest oostelijke dorpen van Zuid-Beveland. Het dorp is een kruisdorp, ontstaan in het teruggewonnen nieuwland, op een kruising van twee wegen. De rechtlijnige opbouw van het nieuwland komt sterk terug in de (groen)structuur van het dorp.
Rilland kenmerkt zich door een aantal bijzondere plekken. Zo staat bij de noordelijke entree van Rilland rijksmonument ‘De Witte Molen’, een stellingmolen uit 1851. Tegen de westelijke entree van het dorp ligt Het klooster van Rilland. Dit klooster is een voormalig Capucijnerklooster dat nu gebruikt wordt als arbeidershuisvesting. De voormalige tuin van dit klooster is deels bebouwd. De tuin is nog steeds herkenbaar door haar parkachtige karakter met oude bomen en een vijver. Tot slot kenmerkt Rilland zich door een landschappelijke inpassing van voornamelijk hoog opgaand groen.
Rilland is bij de Watersnoodramp in 1953 overstroomd. Meerdere bomen die de ramp hebben overleefd, hebben nu een monumentale status bereikt. Het beschermd dorpsgezicht aan de Hoofdweg is hier een voorbeeld van. Na de ramp zijn veel bomen opnieuw geplant om het verlies van de bomen te herstellen. Zo staat langs De Veste een rij platanen met potentiële monumentale waarde, die een bijzonder beeld vormt. Hierdoor wordt Rilland gekenmerkt door in het oog springende grote bomenrijen.
Ten noordwesten van Rilland ligt de Stationsbuurt. Deze lintbebouwing (een lintdorp dat zich heeft ontwikkeld langs een weg) is ontstaan rondom het station Rilland-Bath. Aan de westzijde van de bebouwing ligt de bijzondere groene plek het Vogelbosje. De plas binnen dit groengebied is een overblijfsel van de vroegere Vinkenissekreek. Deze kreek is tijdens de inpoldering deels verdwenen.