Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Relatief verzuim van leerplichtige en kwalificatieplichtige jongeren

Onderdeel van Instructie voor de medewerker leerplicht/Doorstroompunt

(artikelen 2, lid 1, 4a, 21, 21a en 22 Leerplichtwet) De meldingen van schoolafwezigheid worden ontvangen door de administratief medewerker. Jongeren die onderwijs volgen aan het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroeps onderwijs, primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs worden gemeld via DUO in het Register Onderwijsdeelnemers. Jongeren die onderwijs volgen aan het niet –bekostigd onderwijs, die nog niet aangesloten zijn op DUO, worden gemeld middels een kennisgeving (vermoedelijk) ongeoorloofd schoolafwezigheid. Er wordt een leerlingdossier aangemaakt, of de kennisgeving wordt toegevoegd in het reeds aanwezige leerlingdossier. Indien mogelijk binnen een week meldt de administratief medewerker via DUO in het Register Onderwijsdeelnemers, welke acties er naar aanleiding van de kennisgeving worden ondernomen. Voor jongeren die onderwijs volgen aan het niet-bekostigd onderwijs meldt de administratief medewerker indien mogelijk binnen een week aan de schoolinstelling welke acties er naar aanleiding van de kennisgeving worden ondernomen. Indien de kennisgeving niet door de directeur is gedaan, neemt de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt contact op met de betrokken medewerker. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt zoekt na ontvangst van een melding of kennisgeving onverwijld contact met de ouders, stelt hen in de gelegenheid om nadere uitleg over het gemelde afwezigheid te geven en informeert hen over de procedures en eventuele consequenties. Dit kan schriftelijk, conform stap 4 uit route A uit de Methodische aanpak schoolafwezigheid. Indien de afwezigheid een jongere van 12 jaar of ouder betreft, zoekt de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt ook contact met de jongere zelf. Indien er daadwerkelijk sprake is van ongeoorloofd afwezigheid kan de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt een gesprek aangaan met de ouders/leerling. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt maakt een verslag van het gesprek. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt verstrekt aan de ouders en/of de jongere op hun verzoek een kopie van het gespreksverslag. De gemaakte gespreksverslagen worden opgenomen in het leerling dossier. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt onderhoudt zo vaak als nodig contact met de ouders/jongere en betrokken organisaties om de afwezigheidssituatie zo spoedig mogelijk te beëindigen. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt draagt zorg voor terugkoppeling in het ZAT of ondersteuningsteam van de school of binnen Multi Disciplinair Overleg van zijn handelswijze, vorderingen in het onderzoek naar het vermeende afwezigheid of afspraken met de jongere, voor zover deze bekend zijn bij hem en alleen wanneer de jongere al in het ZAT of ondersteuningsteam van de school/MDO besproken is. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt legt een huisbezoek af wanneer hij dat nodig acht. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt kan een bemiddelende rol vervullen ten behoeve van de jongere en de ouders bij het zoeken naar een andere school of een zo goed mogelijk passende leerroute, zo mogelijk in overleg met het Samenwerkingsverband. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt draagt er zorg voor dat een kennisgeving van afwezigheid binnen een zo kort mogelijke periode wordt afgehandeld. De hoogste prioriteit ligt bij het beëindigen van de afwezigheidssituatie. Ter afronding van de afhandeling zendt de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt Doorstroompunt in ieder geval een schriftelijk bericht aan de ouders en, wanneer het een jongere van 12 jaar of ouder betreft, ook aan de jongere zelf. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt doet mededeling (mondeling of schriftelijk) van de afhandeling aan anderen die bij de afwezigheidssituatie zijn betrokken. Voor een inhoudelijke terugkoppeling dient er toestemming te zijn verleend door de ouders of de leerling vanaf 16 jaar. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt sluit de melding af bij het Register Onderwijsdeelnemers van DUO en geeft daarmee ook bericht aan degene die de kennisgeving heeft gedaan. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt is bevoegd, conform de MAS, het (laten) opmaken van proces-verbaal achterwege te laten en de ouders en/of de jongere een schriftelijke waarschuwing te geven indien sprake is van: verwijtbaar handelen of nalaten, doch geen kennelijke opzet tot het plegen van een overtreding; en, een eerste overtreding waarbij sprake is van zorg; en, afwezigheid van lichte aard (overig verzuim volgens DUO), namelijk korter dan 16 uur binnen 4 aaneengesloten weken. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, dan kan de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank zoals omschreven staat in artikel 19 van deze instructie. Indien de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt voornemens is om een melding bij de Sociale Verzekeringsbank te doen, dan roept hij ouders en jongere vanaf 16 jaar op voor een gesprek, waarbij hij betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij voornemens is een melding te doen bij de Sociale Verzekeringsbank. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat er geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de jongere die tevens voldoet aan de criteria voor verwijzing naar Halt, dan kan de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt, besluiten tot een verwijzing naar Halt. Indien de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar besloten heeft over te gaan tot Haltverwijzing, dan roept hij ouders en jongere vanaf 12 jaar op voor verhoor, waarin hij toestemming vraagt aan de ouders (voor de jongere tot 16 jaar) en jongere om door te verwijzen naar Halt. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt stel middels een verkort proces-verbaal een Haltverwijzing op. De jongere ondertekent de Haltverwijzing en geeft daarmee zijn toestemming voor Halt. Aan de jongere en ouders wordt een brief gestuurd met verwijzing naar Halt. In deze brief staan ook de consequenties bij het niet nakomen van de afspraken beschreven . De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt stuurt de Halt-verwijzing naar Halt. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt licht de school in over de verwijzing en over de afloop van de Haltstraf. Bij een negatieve afdoening van de Haltstraf maakt de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar een proces-verbaal op, nadat er overleg is geweest met het Openbaar Ministerie. Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat er geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, en komt deze jongere niet meer in aanmerking voor een verwijzing naar Halt (zie de (contra) indicaties van de MAS), dan maakt de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar proces-verbaal op van zijn bevindingen en zendt dit naar de officier van justitie. Indien hij voornemens is proces-verbaal op te maken, roept de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt de ouders en de jongere van 12 jaar of ouder op voor een verhoor, waarbij hij de betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij voornemens is een proces-verbaal op te maken. Het opmaken van een proces-verbaal en een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank kan gelijktijdig, maar ook volgend op elkaar plaatsvinden. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt is bevoegd, na collegiale consultatie, conform de MAS, het (laten) opmaken van opmaken van proces-verbaal achterwege te laten en de ouders en/of de jongere een schriftelijke waarschuwing te geven indien sprake is van: verwijtbaar handelen of nalaten, doch geen kennelijke opzet tot het plegen van een overtreding; en, een eerste overtreding waarbij sprake is van zorg; en, afwezigheid van lichte aard (overig verzuim volgens DUO), namelijk korter dan 16 uur binnen 4 aaneengesloten weken. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt kan aan het college een voorstel doen tot het opleggen van een last onder dwangsom indien hij van mening is, gezien de achtergrond en de aard van de afwezigheidsituatie, dat deze maatregel kan leiden tot het opheffen van de afwezigheid dan wel het voorkomen van herhaling daarvan. Zodra de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt kennis neemt van schoolafwezigheid waarvan niet door een directeur is kennis gegeven, stelt de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt een onderzoek in naar de reden waarom de directeur de afwezigheid niet heeft gemeld. Blijkt de directeur onwillig of nalatig in het nakomen van deze verplichting, dan kan de medewerker leerplicht/ Doorstroompunt een signaal afgeven bij de Inspectie van het Onderwijs. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt kan aan de directeur gevraagd of ongevraagd een advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot het registreren van afwezigheid en het doen van kennisgevingen van afwezigheid, met het oog op het bevorderen van een effectief afwezigheidsbestrijding beleid/aanwezigheidsbeleid en de rechtsgelijkheid. De medewerker leerplicht/ Doorstroompunt kan directeuren verzoeken om eerder een kennisgeving van afwezigheid in te dienen dan de wet voorschrijft indien dat doelmatig is met het oog op de afwezigheidsbestrijding.

Rechtspraak bij dit artikel