**1..** De draagkrachtberekening bestaat uit twee onderdelen. Draagkracht uit vermogen en draagkracht uit inkomen.
**2..** Voor de volgende groepen is er geen sprake van draagkracht:
personen met een uitkering krachtens de wet;
belanghebbenden met een aantoonbaar minnelijke of wettelijke schuldregeling;
belanghebbende met een minimuminkomen en lager.
**3..** De draagkracht uit vermogen bedraagt 100% van het in aanmerking te nemen vermogen (het vermogen boven het bedrag aan vrij te laten vermogen ex artikel 34 van de wet).
**4..** Bij een inkomen tot maximaal 110% van het bijstandsniveau is er geen draagkracht. Bij de draagkrachtberekening dient rekening gehouden te worden met het gestelde in artikel 6 lid 5. Verder gelden de volgende percentages voor draagkracht uit inkomen:
35% van het in aanmerking te nemen inkomen inclusief vakantietoeslag boven 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag (gemeten over 12 maanden);
voor kosten van beschermingsbewind, curatele en mentorschap, woonkosten, duurzame gebruiksgoederen en voor schulden geldt een afwijkende draagkracht, namelijk al het inkomen boven 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm geldt als draagkracht voor bijzondere bijstand.
**5..** Voor de volgende groepen hoeft de draagkracht niet jaarlijks opnieuw te worden vastgesteld, maar geldt deze totdat er een wijziging in inkomen, vermogen, leefsituatie of woonsituatie optreedt: pensioengerechtigden, personen met een Wajong-uitkering, Anw-uitkering.
**6..** Bij de vaststelling van draagkracht worden de individuele inkomenstoeslag (artikel 36 van de wet) en individuele studietoeslag (artikel 36b van de wet) buiten beschouwing gelaten.
**7..** De kostendelersnorm (artikel 22a van de wet) is altijd van toepassing bij de vaststelling van de draagkracht.
Hoofdstuk 1
Artikel 9
Draagkracht
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand 2023 gemeente Druten