Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 9

Draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand 2023 gemeente Druten

1.. De draagkrachtberekening bestaat uit twee onderdelen. Draagkracht uit vermogen en draagkracht uit inkomen. 2.. Voor de volgende groepen is er geen sprake van draagkracht: personen met een uitkering krachtens de wet; belanghebbenden met een aantoonbaar minnelijke of wettelijke schuldregeling; belanghebbende met een minimuminkomen en lager. 3.. De draagkracht uit vermogen bedraagt 100% van het in aanmerking te nemen vermogen (het vermogen boven het bedrag aan vrij te laten vermogen ex artikel 34 van de wet). 4.. Bij een inkomen tot maximaal 110% van het bijstandsniveau is er geen draagkracht. Bij de draagkrachtberekening dient rekening gehouden te worden met het gestelde in artikel 6 lid 5. Verder gelden de volgende percentages voor draagkracht uit inkomen: 35% van het in aanmerking te nemen inkomen inclusief vakantietoeslag boven 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag (gemeten over 12 maanden); voor kosten van beschermingsbewind, curatele en mentorschap, woonkosten, duurzame gebruiksgoederen en voor schulden geldt een afwijkende draagkracht, namelijk al het inkomen boven 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm geldt als draagkracht voor bijzondere bijstand. 5.. Voor de volgende groepen hoeft de draagkracht niet jaarlijks opnieuw te worden vastgesteld, maar geldt deze totdat er een wijziging in inkomen, vermogen, leefsituatie of woonsituatie optreedt: pensioengerechtigden, personen met een Wajong-uitkering, Anw-uitkering. 6.. Bij de vaststelling van draagkracht worden de individuele inkomenstoeslag (artikel 36 van de wet) en individuele studietoeslag (artikel 36b van de wet) buiten beschouwing gelaten. 7.. De kostendelersnorm (artikel 22a van de wet) is altijd van toepassing bij de vaststelling van de draagkracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel