De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het ruimtelijke beleid van een gemeente. Dit doet hij door het vaststellen van onder andere bestemmingsplannen op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).Het gemeentelijke ruimtelijke ordeningsbeleid is vastgelegd in door de gemeenteraad vastgestelde structuurvisies, omgevingsvisie en bestemmingsplannen. De Wro schrijft daarbij voor dat deze beleidsstukken met het oog op een goede ruimtelijke ordening bestemmingen aanwijzen en hieraan regels verbinden.
Het bestemmingsplan is het instrument waarin de ruimtelijke regels van de gemeente vastgelegd wordt. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is een gedegen afweging gemaakt. In het bestemmingsplan wordt - voor standaardsituaties - aangegeven waar kan worden gebouwd, met welke afmetingen en hoe percelen grond en gebouwen mogen worden gebruikt. Het toekennen van het mogelijke gebruik van gronden en bouwmogelijkheden zoals de maximale bouwhoogtes, maximale inhoudsmaten van woningen en maximale oppervlaktes van bijgebouwen bij woningen is op het moment van vaststelling een weloverwogen beleidsafweging geweest.
De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kent ingevolge artikel 2.12, 1e lid, onder a, aan het college van burgemeester en wethouders (hierna ‘het college’) de bevoegdheid toe om af te wijken van een bestemmingsplan.
Artikel 4 van bijlage II Besluit omgevingsrecht (Bor) beschrijft de categorieën van gevallen waarvoor het college voor bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten een omgevingsvergunning artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2o, van de wet kunnen verlenen.
Voor deze afwijkingen geldt onder de Wabo de reguliere procedure en is de beslistermijn 8 weken. De beslistermijn kan worden verlengd met 6 weken. Bezwaar, beroep en hoger beroep zijn mogelijk tegen het besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning.
Bovendien kan bovenop de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, op grond van het Bor (artikel 2 en 3 van Bijlage II) ook nog een behoorlijke oppervlakte aan vergunningvrije bebouwing worden gerealiseerd.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1