Naar hoofdinhoud
In artikel 4 onderdelen 1 en 9 van bijlage II Bor wordt onderscheid gemaakt tussen binnen en buiten de bebouwde kom. Voor de gronden die binnen de bebouwde kom liggen biedt het Bor bijvoorbeeld voor bijbehorende bouwwerken (onderdeel 1) meer mogelijkheden om van het bestemmingsplan af te wijken. Daarnaast is het voor de gronden binnen de bebouwde kom in meer gevallen mogelijk om af te wijken van het bestemmingsplan/beheersverordening voor planologische gebruiksactiviteiten (onderdeel 9). Voor de uitvoering van deze bepalingen is het daarom nodig om het begrip ‘bebouwde kom’ te concretiseren. Volgens vaste rechtspraak is het antwoord op de vraag of een perceel in de bebouwde kom is gelegen, van feitelijke aard, waarbij de aard van de omgeving bepalend is en van belang is waar de bebouwing nagenoeg feitelijk ophoudt. De komgrens volgens bijvoorbeeld de Wegenverkeerswet is hierbij niet van belang. Om te spreken van een bebouwde kom moet er sprake zijn van een op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing die geconcentreerd is tot een samenhangende structuur. Als indicatie kan hiervoor grofweg gesteld worden dat de bestemmingsplannen “Landelijk Gebied Noordwijk”, “Buitengebied Noordwijkerhout”, “Zee, Strand en Duin (m.u.v. de jaarrond paviljoens)”, “De Duinrand”, “Oosterduinse Meer” en “Reparatieplan Oosterduinse Meer” buiten de bebouwde kom vallen en de overige bestemmingsplannen de bebouwde kom vormen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel