Naar hoofdinhoud
Er wordt in ieder geval geen medewerking verleend aan de volgende zaken: a. Een afwijking waarbij het vanuit een goede ruimtelijke ordening essentieel is de bestaande planologische situatie planologisch te saneren Toelichting Ook bij het verlenen van een omgevingsvergunning op basis van artikel 4, bijlage II Bor moet voldaan worden aan een goede ruimtelijke ordening. Een omgevingsvergunning verandert het bestemmingsplan niet. Na verlening geldt én het bestemmingsplan én de vergunning. In sommige gevallen kunnen die twee echter niet tegelijkertijd gelden, omdat ze strijdig met elkaar zijn. Een voorbeeld hiervan is het bouwen van een burgerwoning op een voormalig agrarisch bedrijf, waarbij de agrarische bebouwing fysiek gesloopt wordt. Als dat met een omgevingsvergunning gebeurd, blijft de mogelijkheid bestaan nieuwe agrarische bebouwing op te richten (gebonden beschikking) terwijl dat tegelijkertijd strijdig is met de burgerwoning. In dergelijke gevallen moet een verzoek tot bestemmingsplanwijziging ingediend worden. b. Een geval, waarbij het college van mening is dat dit, bijvoorbeeld gelet op precedentwerking, een wijziging van algemeen beleid vergt, waarover eerst door de gemeenteraad besloten moet worden. In dat geval wordt de vergunning geweigerd Toelichting In sommige gevallen gaat het om een aanvraag met verstrekkende gevolgen. Bijvoorbeeld een winkel in de hoofdwinkelstraat die een grote luifel aan de voorgevel aanvraagt. Dit betekent iets voor het gehele beleid van luifels in de winkelstraat, en is daarmee een beleidsvraagstuk dat door de gemeenteraad beantwoord zou moeten worden. Ook het fors verhogen van de bouwhoogte langs de Koningin Wilhelmina Boulevard naar bijvoorbeeld 45m is zo’n geval.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel