Snippergroen is het openbaar groen dat geen structuurgroen (meer) is. Dit snippergroen is eigendom van de gemeente en grenst aan particulier grondeigendom. Het is mogelijk om dit snippergroen te verkopen, verhuren of in bruikleen te geven. Het komt ook voor dat deze stroken groen zonder toestemming van de gemeente in gebruik zijn/worden genomen. Als gevolg van deze situaties kan een versnipperde en daardoor niet efficiënte beheersituatie ontstaan.
Er zijn derhalve een aantal redenen die kunnen leiden tot het uitgeven van het snippergroen. Over het algemeen zal het initiatief hiervoor komen van de aanliggende eigenaren.
Wanneer dan voldaan wordt aan de voorwaarden, zie hoofdstuk 2, dan ligt verkoop het meest voor de hand. Ook voor de meeste inwoners zal dat de voorkeur hebben. Wanneer verkoop niet de voorkeur heeft van de gemeente of de inwoner, kan mogelijk worden overgegaan tot ingebruikgave.
Er zijn locaties waar groenstroken in gebruik zijn genomen zonder dat hiervoor iets geregeld is. Er zijn verschillende reden voor de gemeente om hier iets aan te doen en handhavend op te treden tegen de ingebruiknames. Doelstelling van deze handhaving is niet zozeer de stroken weer in beheer van de gemeente te krijgen, maar de ingebruiknames te reguleren. Dat kan door legalisatie van het gebruik. Wanneer dit niet lukt moet overwogen worden het gebruik terug te vorderen.
Handhaving heeft op dit moment geen prioriteit. Hierdoor kan wel rechtsongelijkheid tussen inwoners ontstaan. Inwoners eigenen zich een stukje gemeentegrond toe en vergroten hun tuin ten koste van de gemeenschap terwijl anderen een overeenkomst hebben afgesloten met de gemeente en de kosten daarvoor dragen.
Het kan ook zijn dat verzoeken van inwoners voor de koop of bruikleen van stroken worden afgewezen omdat niet voldaan wordt aan de randvoorwaarden. Het is daarom belangrijk om beleid te hebben waarin vastgelegd is hoe wordt omgegaan met niet geregelde ingebruiknames. Doelstelling van handhaving is om de niet geregelde ingebruiknames te reguleren. Dit kan door legalisatie van het gebruik of door het terugvorderen van het gebruik. De aanpak van deze niet geregelde ingebruiknames is een ingrijpend project voor de betrokken inwoners. In veel gevallen zullen de in gebruik genomen groenstroken namelijk al langere tijd bij de inwoners in gebruik zijn. Daarbij kan het zijn dat de betrokken inwoner veel geld heeft besteed aan het inrichten van die ‘tuin’. Er zijn voorbeelden waarbij bouwwerken op de in gebruik genomen strook grond zijn gebouwd. Het terugvorderen van groenstroken zal dan op weerstand stuiten. De betrokken inwoners zullen er van alles aan doen om de betrokken groenstrook te behouden. Het handhavingsbeleid vraagt dan ook een brede inzet en betrokkenheid van politiek, bestuur en medewerkers van onze gemeente. Iedereen moet vanuit zijn of haar rol en positie het beleid ondersteunen en uitdragen. Heldere voorwaarden en uitgangspunten zijn van groot belang.
Bij handhaving moet daarom eerst worden beoordeeld of de niet geregelde ingebruikname kan worden geregeld: beoordeeld wordt of we het snippergroen voldoet aan de eisen voor verkoop.
Is dat het geval dan worden de gebruikers aangeschreven en wordt een voorstel gedaan voor een overeenkomst.
Is dat niet het geval of wenst de gebruiker geen overeenkomst te sluiten, dan wordt het gebruik teruggevorderd.
Verjaring
Voor een deel van het niet geregelde gebruik dreigt verjaring. Inwoners die zonder toestemming gemeentegrond in bezit hebben genomen, kunnen door (bevrijdende) verjaring eigendomsrechten verwerven na een periode van onafgebroken bezit gedurende 20 jaar. Een doel van de aanpak van het niet geregelde grondgebruik is ook de verjaring te stuiten. Uitgangspunt bij de handhaving is dat er geen sprake is van verjaring. Pas na een verzoek daartoe van een inwoner zal dit worden beoordeeld.
Wie een beroep doet op verjaring moet tenminste bewijs kunnen overleggen dat hij het perceel al gedurende minstens die periode in bezit heeft. Dit bewijs kan in elke vorm worden geleverd, bijvoorbeeld door het overleggen van foto’s, verklaringen, documenten et cetera. “Enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen” zoals het plegen van onderhoud en het plaatsen van beplanting is niet voldoende voor een beroep op verjaring. Uit het bezit moet eigendomspretentie blijken, bijvoorbeeld doordat het perceel is afgesloten met een ondoordringbare haag of hekwerk.
Elk beroep op verjaring moet worden beoordeeld. Als uit de interne beoordeling blijkt dat er sprake is van verjaring werkt de gemeente mee aan het opstellen van een verjaringsakte. Wanneer een geslaagd beroep op verjaring wordt gedaan, zijn de kosten voor het inschrijven van de verjaring in de Openbare Registers voor rekening van de betreffende inwoner. De mogelijkheid tot het vorderen van schadevergoeding bij verjaring bestaat, waarbij de gemeente de vastgestelde jurisprudentielijn hanteert.
In het geval intern beoordeeld wordt dat er geen sprake is van verjaring wordt het proces zoals hiervoor beschreven voortgezet.